Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boeren waren, evenals zij. Maar een Grieksch priester kwam juist

voorbij en zei een paar woorden tegen de pelgrims. Dadelijk sloegen deze een kruis en balden de vuisten tegen de Zweden, 't Scheen wel, alsof zij ze graag uit de kerk gedreven hadden.

Dicht bij Jeruzalem ligt een kolonie van Duitsche boeren, die Christenen zijn. Ze zijn al lang geleden naar 't heilige land getrokken. In hun vaderland en in Palestina hebben ze veel door vervolging geleden. Men had beproefd ze geheel uit te roeien. Toch was het hun zoo goed gegaan, dat ze groote, prachtige kolonies hadden in Caïfa en Jaffa, behalve degeen, die ze in Jeruzalem hadden aangelegd.

Een van deze Duitschers kwam op een dag bij Mts. Gordon en zei haar oprecht, dat hij slechte geruchten van haar makkers gehoord had.

,,'t Zijn de zendelingen daar," zei hij en wees naar 't westelijk gedeelte van de stad, „die u belasteren. En waarlijk, als ik niet zelf ondervonden had, dat men volkomen onschuldig vervolgd kan worden, zou ik u vleesch, noch meel willen verkoopen. Maar nu begrijp ik wel, dat ze niet kunnen velen, dat u in den laatsten tijd zooveel aanhangers gekregen hebt."

Mrs. Gordon vroeg hem wat het toch was, dat hun ten laste gelegd werd.

„Ze zeggen van u, dat ge een slecht leven leidt hier in de kolonie. Ge laat de menschen geen huwelijk aangaan zooals God bevolen heeft, daarom is men gaan beweren, dat alles hier niet behoorlijk toe kan gaan."

Eerst wilden de kolonisten hem niet gelooven. Maar ze merkten spoedig, dat hij de waarheid gezegd had, en dat alle menschen in Jeruzalem geloofden, dat ze een slecht leven leidden. In de hotels werden de vreemdelingen gewaarschuwd hen niet te be^ zoeken. Reizende zendelingen waagden zich toch nu en dan in de kolonie. Als ze vandaar terugkwamen, schudden ze beteekenisvol 't hoofd. Zij hadden niets onbehoorlijks kunnen merken, maar ze meenden toch, dat daar heel wat kwaads gebeuren kon, al kwam dat ook nooit aan den dag.

De Amerikanen, — van den consul af, tot de geringste ziekenverpleegster toe, riepen 't luidst over de Gordonisten.

,,'t Is een schande voor ons allen, voor ons Amerikanen, dat die menschen niet uit Jeruzalem gejaagd worden."

Menschen, die zoo verstandig waren als de kolonisten, zeiden natuurlijk tegen elkaar, dat hier niets aan te doen was, dat ze de menschen moesten laten praten, en dat hun tegenstanders lang-

227

Sluiten