Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DE VLEUGELEN VAN HET MORGENROOD.

Op denzelfden dag, dat Gunhild door zonnesteek getroffen werd, was Gertrud uit en liep in een van de breede straten in de westelijke voorstad. Zij was uitgegaan om knoopen en band te koopen, die ze voor haar naaiwerk noodig had, maar ze was niet recht thuis in de winkels, en moest lang loopen, eer ze vinden kon wat ze zocht. Ze haastte zich ook niet erg, ze vond het prettig wat buiten te kunnen rondloopen. Gertrud had nog niet veel van Jeruzalem gezien. Zij had zoo weinig kleeren van huis meegenomen, dat ze 't grootste gedeelte van den tijd had moeten zitten naaien, om iets te hebben wat ze dragen kon.

Zooals altijd, als ze op straat kwam, liep Gertrud rond met een gelukkigen glimlach op de lippen. Ze voelde de vreeselijke hitte en de stekende zon wel, maar ze leed er niet onder, zooals andere menschen deden. Bij iederen stap, dien ze deed, dacht ze er aan, dat Jezus misschien op denzelfden grond geloopen had, dien zij nu betrad. Ze was er zeker van, dat zijn blikken op die heuvels daar gerust hadden, die zij zag schemeren aan 't eind van de straat. Stof en hitte hadden hem gehinderd, zooals nu haar. En als ze dat alles dacht, kwam hij haar zoo nabij, dat ze niet anders kon voelen dan een overweldigende vreugde.

Wat Gertrud zoo oneindig gelukkig gemaakt had na haar aankomst in Palestina, was juist dit, dat Jezus haar zooveel meer nabij gekomen was dan vroeger. Hier dacht zij er nooit aan, dat er een paar duizend jaar waren voorbijgegaan, sinds Hij hier had rondgewandeld met Zijn discipelen, maar ze leefde in de liefelijke fantasie, dat Hij daar maar heel kort geleden geweest was. Zij zag Zijn voetspoor op het veld en hoorde de echo van Zijn stem in de straten van Jeruzalem.

Juist toen Gertrud buiten langs den steilen heuvel liep, die naar de Jaffapoort voert, kwamen een paar honderd Russische pel-

232

Sluiten