Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landgenooten over hen hooren spreken," antwoordde hij, „en ik zeg u, dat ze vóór den avond uit mijn huis verdreven zullen zijn."

Toen Baram Pacha nog wat verder gereden was, ontmoette hij een troepje vrouwen in Europeesche kleeding, die naar de stad gingen. Zij liepen heel rustig en zedig, haar kleeren waren eenvoudig en haar handen droegen de zware, goedgevulde manden.

De Pacha wendde zich tot zijn dienaar en zei: „Ga hun vragen wie ze zijn."

En zijn dienaar antwoordde: „Ik behoef het niet te vragen, Heer, want ik kom ze hier alle dagen tegen, 't Zijn de vrouwen van de Gordonisten, die naar Jeruzalem gaan met etenswaren en geneesmiddelen, om de zieken bij te staan, die te zwak zijn om naar de kolonie te gaan en hulp te vragen."

Baram Pacha sprak: „Al bedekken ze hun boosheid ook met engelenvleugels, toch zal ik ze uit mijn huis verdrijven."

Hij reed steeds verder in de richting van het groote huis. En toen hij daar dichtbij kwam, hoorde hij daar binnen een gedruisch van vele stemmen en nu en dan een luiden kreet.

Hij wendde zich tot zijn dienaar en zei:

„Hoor, hoe de spelers en danseressen aangaan in mijn huis."

Maar toen hij den hoek omreed, zag hij allerlei zieken en gewonden neergehurkt voor den ingang van het huis. Zij spraken met elkaar over hun ziekte en een paar van hen jammerden luid.

En Machmud, zijn dienaar, vatte moed en zei:

„Hier ziet ge de spelers en danseressen, die ge in uw huis boorde aangaan. Deze komen eiken morgen om aan de geneesheeren der Gordonisten raad te vragen en door hun verpleegsters verzorgd te worden."

Baram Pacha antwoordde: „Ik zie, dat deze Gordonisten je betooverd hebben, maar ik ben te oud om mij door hun leugens te laten bedriegen. Ik zeg je, als ik de macht had, liet ik ze allen ophangen aan de dakgoot van mijn huis."

En Baram Pacha was nog in den vollen gloed van zijn toorn, toen hij van den ezel afsteeg en de stoep opging.

Toen de mannen op de binnenplaats kwamen, zagen zij een groote, fiere vrouw, die op hen toekwam en hen groette. Haar haren waren wit, ofschoon ze niet ouder scheen dan veertig jaar. Haar gezicht was energiek en verstandig, en hoewel ze een eenvoudig zwart kleed droeg, maakte zij den indruk, dat ze gewoon was over veel menschen te bevelen.

Baram Pacha wendde zich tot Machmud en vroeg hem:

„Die vrouw ziet er even goed en verstandig uit als Kadidscha, de vrouw van den profeet. Wat doet zij hier in dit huis?"

En Machmud, zijn dienaar, antwoordde hem:

245

Sluiten