Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de weefgetouwen klapperden, en waar ook de spinnewielen en de kaarden aan den gang waren. Toen vatte de dienaar van Baram Pacha moed en verzocht zijn heer hel harde, sterke goed te bezien, dat hier vervaardigd werd. „Heer," zei hij, „dit is geen goed voor danseressen of voor luchtige gewaden van lichtzinnige vrouwen."

Maar Baram Pacha zweeg en ging verder.

Overal waar hij kwam, vond hij menschen met eerlijke, verstandige gezichten. Allen zaten stil en ernstig aan hun werk, maar als hij in de kamer kwam, straalden hun gezichten van vriendelijkheid.

„Ik zeg hun," zei Miss Young tot Baram Pacha, „dat u de goede gouverneur zijt, die ons dit prachtige huis verhuurd hebt, en zij vragen mij u te danken, omdat u zoo goed voor ons zijt."

Maar Baram Pacha had altijd door een strenge en harde uitdrukking op zijn gezicht, en antwoordde Miss Young geen enkel woord. En zij begon bang te worden en dacht: „Waarom spreekt hij niet tegen mij! Zou hij wat kwaads in den zin hebben tegen ons?"

Zij leidde den Pacha in de lange, smalle eetkamer binnen, waar de tafels afgenomen werden en 't porselein was afgewasschen na het ontbijt. Ook hier zag hij alleen stipte orde en den grootsten eenvoud.

Maar zijn dienaar Machmud vatte nog eens moed en zeide: „Heer, hoe kan het mogelijk zijn, dat deze menschen, die hun eigen brood bakken en hun eigen kleeren naaien, 's nachts kunnen veranderen in fluitblazers en danseressen?"

Baram Pacha kon hem niet antwoorden.

En Baram Pacha wandelde met volharding door alle kamers van zijn huis. Hij kwam op de groote slaapplaats van de ongetrouwde mannen, met de opgemaakte, eenvoudige bedden. Hij kwam in de kamers van de families, waar de ouders en kinderen te zamen woonden. En in die kamers zag hij overal een schoonen geschuurderr'vloer, witte bedgordijnen, zindelijke meubels van licht gebeitst hout, zelf geweven matten op den grond en geruite wollen overtrekken.

Baram Pacha scheen al boozer te worden, en hij zei tot Machmud: „Deze Christenen zijn mij te slim af, zij kunnen hun zondig leven maar al te goed verbergen. Ik had verwacht den vloer vol vruchtenschillen en sigarenasch te zien. Ik dacht, dat ik de vrouwen aan 't kwaadspreken zou vinden, en aan 't rooken of aan 't verven van haar nagels."

Eindelijk klom hij de verblindend wUte marmeren stoep op naar de groote vergaderzaal. Die kamer was de receptiezaal van den Pacha geweest. Nu was zij op zijn Amerikaansch ingericht,

247

Sluiten