Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BLOEMEN UIT PALESTINA.

't Is in 't eind van Februari. De winterregens zijn gevallen en de lente is gekomen. Toch is die er maar pas. De knoppen van de vijgeboomen zijn nog niet gezwollen, twijgen en bladen zijn nog niet naar buiten gekomen uit de zwartbruine wijnstokken, en de groote bloemen van de oranjeboomen zijn nog niet open.

Maar wie zich wel naar buiten gewaagd hebben in 't vroege seizoen, dat rijn de yeldbloemetjes.

Waar men heenkijkt, vindt men bloemen. Groote vuurroode anemonen bedekken alle steenachtige hellingen; op alle rotsblokjes bloeien violette cyclamen, over alle velden groeien lage veldanjelieren en bellis, elke vochtige plek is vol crocussen en pulsatilla.

En zooals men in andere landen vruchten inzamelt, zoo oogst men in Palestina bloemen. Van alle kloosters, van alle zendingshuizen trekt men uit om bloemen te plukken. Arme Joodsche vereenigingsleden, reizende toeristen en Syrische arbeiders ontmoeten elkaar in de wilde rotsdalen met bloemenmanden in de hand. En 's avonds komen al die maaiers terug met anemonen en paarlhyacinten, violen en tulpen, met narcissen en orchideeën.

Op de binnenplaatsen in de kloosters en gastenhuizen van de heilige stad staan geweldige steenen vaten, waar in de lente bloemen in 't water gelegd worden, en in cellen en kamers zijn vlijtige handen aan 't werk om de bloemen op groote vellen papier te leggen en te persen.

Maar zoodra de kleine veldanjelieren en hyacinten goéd geperst en gedroogd zijn, worden ze tot kleine en groote bouquetten bijeengevoegd, in leelijke en mooie combinaties, en op kaartjes of in kleine albums vastgeplakt met bandjes van olijfhout waarop gesneden staat: „Bloemen uit Palestina."

En spoedig reizen al die bloemen van Sion, van Hebron, van den Olijfberg, van Jericho de wereld door.

250

Sluiten