Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij worden in winkels verkocht, in brieven verzonden, als aandenken gegeven, in ruil voor vrome giften weggeschonken. Verder dan paarlen uit Indië en zijde uit Brussa worden de kleine veldbloemen, de eenige rijkdom van 't arme heilige land, over de wereld verspreid.

't Was op een heerlijken lentemorgen. Er heerschte groote bedrijvigheid in de Gordon-kolonie; alle menschen maakten zich gereed om uit te trekken en bloemen in te zamelen. De kinderen, die den heelen dag vrij van school hadden, liepen overal rond en speelden uitgelaten, en vroegen iederen om mandjes voor 't bloemen plukken. De vrouwen waren om vier uur 's morgens opgestaan om mandjes met eetwaren in orde te maken; ze waren nog in de keuken bezig met de strijkijzers en inmaakpotten. En de mannen stopten de ransels vol pakjes met broodjes, melkflesschen en koud vleesch. Anderen waren bezig met flesschen met water, theeketels en koppen. Eindelijk ging de poort open: de kinderen stormden 't eerst naar buiten, toen kwamen de ouderen in kleine of groote groepen naar verkiezing. Niemand bleef thuis, 't Groote huis stond spoedig geheel leeg.

Bo Ingmar Mansson was heel gelukkig dien dag; hij lei 't zoo aan, dat hij naast Gertrud liep, en hij hielp haar den heuvel op, met alles wat ze te dragen had. Gertrud had den hoofddoek zoover naar voren getrokken, dat Bo niet meer zag dan haar kin en haar witte, donzige wang. Hij liep stil in gedachten verdiept en glimlachte er zelf om, dat hij zoo blij kon zijn, alleen omdat hij naast Gertrud loopen mocht, hoewel hij haar gezicht niet kon zien, en ook niet tegen haar durfde praten.

Karin Ingmarsdochter en haar zuster liepen achter hen. Zij hieven een morgenpsalm aan, dien zij met haar moeder gezongen hadden op Ingmarshoeve, terwijl ze 's morgens vroeg aan het spinnewiel zaten. Bo herkende het oude lied:

„De gezegende dag, dien wij nu zien, Kwam tot ons van den hemel."

Vlak voor Bo liep de oude korporaal Fait. Hij had alle kinderen om zich heen, zooals meestal in dezen tijd. Zij klemden zich aan zijn knuppel vast en trokken aan zijn jaspanden. Bo, dje aan de dagen dacht, dat alle kinderen hard wegliepen, zoodra ze hem maar zagen, dacht: „Ik heb hem nooit zoo stijf en barsch gezien als nu. Hij is er zoo trotsch op, dat de kinderen zich bij hem aansluiten, dat zijn knevels als borstels overeind staan, en hij

251

Sluiten