Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Misschien zullen ze je dan verbieden te gaan," zei Gertrud met een heel angstig gezicht.

Bo was juist van plan geweest zooiets te zeggen om haar van 't plan af te brengen, maar toen hij haar angst zag, had hij daar geen moed toe.

„Ze zullen mij niet verbieden te gaan," zei hij vroolijk. „Ze herkennen me niet eens, als ik daar aankom als waterdrager gekleed, met de groote koperen emmers slingerend om de beenen."

Gertrud zag er rustiger uit, maar ze zag Bo aan met oogen, die hem smeekten voort te gaan, en hij kon haar niet weerstaan.

„Binnen de Damascuspoort wordt het erger," zei hij, „ik weet niet, hoe ik door het gedrang zal komen."

„Maar dat kunnen de andere waterdragers toch ook," zei Gertrud levendig.

„Ja, maar daar zijn niet allen menschen, daar zijn ook kameelen," zei Bo. Hij probeerde alle mogelijke bezwaren te bedenken.

„Zouden ze je daar lang ophouden, denk je?" vroeg de zieke angstig.

En 't ging Bo weer als een oogenblik geleden. Hij durfde Gertrud riiet zeggen, dat de heele wandeling onmogelijk was: „Had ik water in de emmers, dan zou ik wel moeten wachten, maar nu ze leeg zijn loop ik gauw tusschen de kameelen door."

Hier zweeg Bo weer. Toen strekte Gertrud haar vermagerde hand uit, en streelde de zijne een paar keer. „Je bent zoo goed, dat je water voor me wilt halen," zei ze vriendelijk.

„God beware me; ik zit haar hier wijs te maken dat het kan," dacht Bo. Maar toen Gertruds hand de zijne streelde, bleef hij er over voortpraten, hoe hij doen zou.

„Dan ga ik rechtuit, tot ik aan de Via Dolorosa kom," zei hij.

„Ja, daar is 't nooit zóó druk," viel Gertrud verheugd in.

„Neen, daar kom ik alleen een paar oude nonnetjes tegen," zei Bo vroolijk. „Ik kan dan wel ongehinderd doorloopen, tot ik bij den harem en de gevangenis kom." Hier zweeg Bo opnieuw; maar Gertrud lag steeds zijn hand te streelen. 't Was als een zwijgend verzoek om voort te gaan. „Ik geloof, dat ze zich minder dorstig voelt, alleen al omdat ik er over spreek, dat ik water zal gaan halen," dacht hij. „Ik zal haar maar vertellen, hoe 't me gelukt."

„Daar ginds bij de gevangenis kom ik wel weer in drukte en gedrang," zei hij, „want de politie zal wel als gewoonlijk met een dief aankomen, en hem naar de gevangenis brengen, en dan blijft er altijd een heele troep menschen over de zaak staan praten."

„Je gaat zoo gauw je kunt voorbij," zei Gertrud levendig.

„Neen, ik ga niet voorbij; dan zouden allen zeker dadelijk zien,

273

Sluiten