Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, om te beginnen staan ze maar te schreeuwen. Ze weten niet recht, wat ze willen."

Bo hield een oogenblik op. Hij wist zelf niet al te best, hoe hij er zich uit redden zou.

Gertrud kwam hem te hulp: „Ik hoopte, dat hij, die daar zat te praten met zijn leerlingen, je zou redden," zei ze.

Bo haalde diep adem. „Neen, dat je dat raden kon," barstte hij uit. |

„Nu zie ik, dat die moskeebestuurder in zijn mooien vossenpels 't volk bevelen geeft," ging hij voort. „Dan rukken eenigen van hen den dolk uit de gordels en stormen op mij aan. 't Is zeker de bedoeling me gauw van kant te maken, maar 't is wonderlijk: ik ben niet bang voor mijn leven, ik ben alleen bang, dat ze 't water over den grond zullen storten. En als die kerels komen aanvliegen, zet ik natuurlijk de emmers op den grond en ga er voor staan En als ze bij me komen, strek ik de armen uit en gooi ze om. Ze zien er heel verbaasd uit, als ze omrollen op den grond; 'zij wisten tot nog toe niet wat het zegt; te vechten met een Dalecarliër. Maar ze zijn gauw weer op de been, en er komen meer bij. En nu zijn er zooveel, dat ik duidelijk zie, dat ik overmand zal worden."

„Maar dan komt hij — die derwisch-sheik wel voor den dag," viel Gertrud hem in de rede.

Bo ging daar dadelijk op in.

„Ja, hij komt heel rustig en waardig aanstappen, en zegt wat tegen het volk; en dadelijk houden ze op met hun slagen en bedreigingen."

„Ik weet wel wat hij dan doet," zei Gertrud.

„Hij ziet me heel helder en rustig aan," zei Bo.

„En dan?"

Bo probeerde wat te zeggen, maar hij kon niets bedenken. „Nu, je hebt het al geraden," zei hij om Gertrud aan 't praten te krijgen.

Gertrud zag 't heele tooneel duidelijk voor zich. Ze aarzelde geen oogenblik. „Dan schuift hij je op zij en kijkt in de emmers."

„Ja zeker, dat doet hij," zei Bo.

„Hij kijkt naar 't water uit de Paradijsbron," zegt Gertrud beteekenisvol. Maar eer ze nog meer heeft kunnen zeggen, had Bo, zonder 't zelf te weten, haar gedachten geraden, zoodat hij opeens helder voor zich had, hoe Gertrud zich de oplossing van 't avontuur had voorgesteld. Hij begon levendig te vertellen.

„Je begrijpt wel, Gertrud, dat er niet anders dan water in de emmers was, toen ik ze uit El Aksa droeg, niets dan helder water."

„Ja, en nu dan?"

282

Sluiten