Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was er woedend om, dat die ellendige kerel al maar rondliep, en den menschen wijsmaakte, dat Barbro Svensdochter van hem hield.

„Nooit heeft iemand me een ellendeling genoemd," zei Stig nu.

„Zoo, heeft niemand dat ooit gedaan, dan doe ik het nu," zei de man, en meteen hief hij zijn hand op en gaf hem een oorvijg.

De man stoof achteruit, hij werd doodsbleek en akelig woedend. „Pas op," zei hij. „je weet niet wat je doet. Ik wil alleen geld van Barbro leenen. Ik heb haar niets anders te zeggen."

De man schaamde zich nu een beetje over zijn heftigheid; hij kon niet begrijpen, waarom hij in eens zoo gedaan had, maar hij wilde dien stumper zijn spijt niet toonen, maar zei knorrig: „Je moet niet denken, dat ik bang ben, dat Barbro nog van je houdt, maar ik vind, dat je een oorvijg verdiend hebt, omdat je haar ontrouw werd.

Stig Börjesen kwam nu naar den man toe.

„Ik zal je wat zeggen, omdat je me sloeg," zei hij, en zijn stem drong zich scherp en sissend uit zijn keel.

„Ik denk, dat je dat meer pijn zal doen, dan dat ik je afranselde. Je bent vast erg verliefd op die Barbro. Daarom zal ik je vertellen, dat ze een van de nakomelingen is van den paardenhandelaar van den Treurheuvel."

Hij stond er naar te kijken wat voor gezicht de man wel zou zetten, maar die keek alleen een beetje verwonderd. Eerst kon hij zich heelemaal niet meer herinneren wat er voor bizonders aan dien Treurheuvel was. Maar toen kwam hem die historie weer in den zin, die hij als kind gehoord had, en die dominee zeker ook wel eens gehoord heeft, dat alle zonen die in 't geslacht van den Treurheuvel geboren worden, blinde idioten worden, maar alle dochters wijzer en beter dan andere mehschen. Maar nooit had hij er een zier van geloofd. Hij lachte Stig uit.

„Je gelooft die historie natuurlijk niet," zei nu Stig, en kwam nog dichter op den man toe, „maar ik zal je zeggen, dat de tweede vrouw van Sven Persson van die familie was. Alle leden van 't geslacht van den Treurheuvel zijn naar een andere streek verhuisd, waar niemand weet wie ze zijn, maar mijn moeder wist het. Zij zweeg er over, en zei niemand wie Sven Persson tot vrouw had gehad, eer ik wou trouwen met Barbro. En toen ik 't hoorde, kon ik haar niet nemen, maar ik zweeg als een eerlijk man. Als ik een ellendeling geweest was, zou ik het wel gezegd hebben. En nu heb ik alle schande, die ik hierdoor op me laadde, zwijgend gedragen, tot je me sloeg. En Sven Persson zelf heeft nooit geweten, wat hij zich op den hals gehaald had, want zijn vrouw stierf, toen die eene dochter geboren was. En de dochters uit de familie zijn beschaafd en beminnelijk, 't zijn alleen de jongens, die blinde

306

Sluiten