Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zij legde de hand over de oogen en schreide weer. „Ik vérwacht Hem niet meer. Ik heb geen hoop meer. Dat deed me al te veel pijn gisteren, dat ik me bedrogen heb. Ik durf Hem niet meer te verwachten. Ik geloof niet, dat Hij komt."

Gertrud bleef werkelijk bijna een week van den Olijfberg weg. Maar toen kwam 't oude verlangen en 't geloof weer boven. Op een morgen sloop ze weer heen, en alles ging als vroeger.

Op een avond, toen de kolonisten als gewoonlijk bijeen waren in de groote zaal, zag Ingmar, dat Gertrud naast Bo ging zitten, en lang en druk met hem praatte.

Na een poos stond Bo op en ging naar Ingmar toe.

„Gertrud heeft me verteld wat je geprobeerd hebt voor haar te doen," zei Bo.

„Zoo?" antwoordde Ingmar, die niet wist waar de ander heen wilde.

„Je moet niet denken, dat ik niet begrijp, dat je haar verstand wilde redden," zei Bo.

„Ach, 't heeft niet veel te beteekenen," zei Ingmar.

„Ja," zei Bo, „wie hier meer dan een jaar dat verdriet gedragen heeft, weet, dat 't veel beteekent."

Hij keerde zich om, om heen te gaan. Toen stak Ingmar hem plotseling de hand toe. „Ik moet je wat zeggen," zei hij. „Hier is niemand, met wien ik zoo graag goede vrienden zou worden als met jou."

Bo glimlachte even.

„Ik geloof, dat onze vriendschap niet lang duren zal," zei hij. Maar toch nam hij Ingmars hand aan en drukte die.

322

Sluiten