Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mrs. Gordon wist, wat Ingmar in Jeruzalem hoopte te winnen. Zij zou hem op een anderen dag niet hebben beloofd hem met zooiets te helpen, maar nu waren allen in de kolonie uit hun gewonen gedachtengang gebracht. Mrs. Gordon meende, dat niets haar meer aan 't hart lag dan Ingmar gelukkig te zien, nu hij haar en al de anderen zoo'n grooten dienst bewezen had.

Zoodra zij dit aanbod deed, sloeg Ingmar haastig de oogen neer. Hij bedacht zich lang, eer hij antwoordde. „Nu moet u mij beloven, niet kwalijk te nemen, wat ik u nu vragen ga," zei hij.

Mrs. Gordon zeide, dat ze geduld met hem hebben zou.

,,'t Is dit," zei Ingmar „De zaak, waarvoor ik hier gekomen ben, zal nog wel veel tijd nemen, en 't wordt vervelend voor me, niets van het werk te hebben, waaraan ik gewend ben." Dat kon Mrs. Gordon wel begrijpen.

„Als u mij nu een dienst wilt bewijzen, Mrs. Gordon," ging Ingmar voort, „dan zou ik heel graag hebben, dat u 't zoo schikte, dat ik den molen van Baram Pacha overnemen kon. U weet, dat ik niet, zooals u en de anderen, gezworen heb geen geld aan te willen nemen, en dan zou ik werk hebben, waar ik van hield."

Mrs. Gordon zag Ingmar scherp aan, maar hij zat met de oogen bijna gesloten en een gezicht zonder uitdrukking.

„Ik weet niet, waarom ik je daarmee niet zou helpen," zei ze. „Daar kan geen kwaad in steken, 't Is ook prettig, als we Baram Pacha's wensch kunnen vervullen."

„Ja, dat dacht ik wel, dat u me helpen zou," zei Ingmar. Hij dankte haar hartelijk, en beiden waren zeer tevreden over elkaar, toen zij van elkaar gingen.

338

Sluiten