Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke toespelingen, zoo dat ze 't hooren kon, en ze had moeite hen te doen gehoorzamen.

Maar hier kwam toch gauw een eind aan. Sterke Ingmar had dicht bij de hoeve gewoond, en daar als heer en meester geregeerd sinds Ingmar weg was. Hij hoorde op een dag, dat een van de jongens Barbro een onbehoorlijk antwoord gaf, en hij gaf den bengel een slag om de ooren, dat hij tegen den muur tuimelde.

„Je kunt meer van dat soort krijgen, als ik nog eens zoo iets hoor," zei de oude man

Barbro zag hem verwonderd aan.

„Ik dank je hartelijk," zei ze.

Hij keerde zich om en de blik, dien hij haar zond, was ver van vriendelijk.

„Daar hoef je me niet voor te bedanken," zei hij, „maar zoolang je huismoeder op Ingmarshoeve bent, zal ik wel zorgen, dat ons volk je achting en eerbied bewijst."

Wat verder in den herfst kwam er bericht uit Jeruzalem, dat Ingmar en Gertrud van de kolonie vertrokken waren.

„Misschien zijn ze al thuis, als jelui dezen brief krijgt," stond er in den brief.

Toen Barbro dat hoorde, voelde ze eerst een groote verlichting. Nu was ze er zeker van, dat Ingmar de scheiding zou doorzetten. En als ze eenmaal vrij was, behoefde ze den zwaren last van miskenning en verachting niet meer te dragen, die haar nu drukte.

Maar verder op den dag onder haar werk kwamen haar telkens de tranen in de oogen. 't Was toch vreeselijk, dat alles nu uit was tusschen Ingmar en haar. Zoo ongelooflijk leeg, dat ze nu niets met elkaar te maken hadden.

Op een morgen, laat in den herfst stroomden de menschen 't huis bij de school in en uit. Gertrud was den vorigen dag thuis gekomen, en nu had ze een groote tafel in moeder Stina's keuken gezet, en er alle geschenken voor de menschen in de gemeente op gelegd, die ze uit Jeruzalem had meegebracht. Ze had door de schoolkinderen boodschappen gezonden aan allen, die familie en vrienden onder de kolonisten hadden, dat ze in 't huis bij de school moesten komen. En daar kwamen ze nu aan. Hök Matts, Ljung Björns broer, Per en een menigte anderen. En Gertrud gaf ieder wat hij hebben moest, en vertelde van Jeruzalem en van de kolonie, en van al 't wonderlijke, dat de reizigers beleefd hadden in 't heilige land.

Bo Mansson was den heelen morgen in 't huis bij de school en hielp Gertrud vertellen; maar Ingmar vertoonde zich niet. De heele reis over had hij gedacht, dat wat Karin hem van Barbro

371

Sluiten