Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gertrud stond haar aan te zien, alsof ze haar met de oogen dwingen wilde.

„Kun je Ingmar een boodschap sturen?" vroeg Barbro. „Ja, zeker kan ik dat!"

„Zeg hem dan, dat Sterke Ingmar stervende is. Hij mag gerust thuis komen om hem nog eens te zien. Hij zal mij niet ontmoeten."

„Ach, ik geloof, dat het 't beste voor jelui beiden was, als je elkaar ontmoette," zei Gertrud.

Barbro ging weer naar de deur, maar toen ze die had opengedaan, keerde ze zich om. ,,'t Is toch niet waar, dat Ingmar blind is."

„Hij heeft een oog verloren, maar 't andere is nu beter."

„Dank je wel," zei Barbro. „Ik ben blij, dat ik je gezien heb," voegde ze er bij, en zag Gertrud vriendelijk aan.

Toen sloot ze de deur en ging heen.

Ongeveer een uur later was Ingmar op weg naar Ingmarshoeve om afscheid van Sterke Ingmar te nemen. Hij liep langzaam, 't Was alsof elke stap hem moeite kostte.

Een eind den weg op lag een klein armoedig huisje. Toen Ingmar daar nog tamelijk ver vandaan was, zag hij een man en een vrouw uit de deur komen. De man zag er arm en behoeftig uit en hij meende te zien, dat de vrouw hem wat in de hand stopte. Zij haastte zich den weg af en ging snel naar den kant van de Ingmarshoeve.

Toen Ingmar voorbij 't huisje kwam, stond de man nog in de deur. Hij keerde een paar zilveren munten in de hand om en om. Ingmar herkende hem nu, 't was Stig Börjesson.

Stig zag niet op, voor Ingmar voorbij was. Toen riep hij hem na: „Ingmar! Ingmar! wacht even! Toe, wacht in 's hemelsnaam, en laat me je even wat zeggen!"

Hij vloog den weg op, maar toen Ingmar doorliep, zonder zelfs om te zien, scheen hij boos te worden.

„Ja! 't is je eigen schuld!" riep hij. „Ik zou je anders wat verteld hebben, waar je blij om zoudt zijn." Een oogenblik later was Ingmar dicht bij de vrouw, die van Stig Börjesson was weggegaan. Zij had blijkbaar haast en liep zoo hard ze kon. Toen ze hoorde, dat iemand achter haar aan kwam, meende ze, dat het Stig was en zei, zonder om te kijken: „Je moet nu tevreden zijn met wat ik je gegeven heb. Ik heb geen geld meer, aanstaande week krijg je meer, als je maar niets aan Ingmar vertelt."

Op datzelfde oogenblik had Ingmar haar ingehaald, en lei zijn hand op haar schouder. Ze rukte zich los en keerde zich met een uitroep van boosheid om.

Toen ze nu zag, dat 't Ingmar en niet Stig was, die achter haar stond, sloeg ze de handen in elkaar als van blijde verbazing.

373

Sluiten