Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Er is wel een kind hier op de hoeve, waar je een goed werk aan doen kunt in je laatste ure."

Toen Sterke Ingmar dat hoorde, glimlachte hij in zich zelf. Hij begreep dadelijk, wat hem te doen stond. Met een stem, die nu heel zwak geworden was, begon hij te zeggen, dat 't hem leed deed, dat de dominee en de dokter zoolang moesten wachten, eer hij dood was.

„Maar nu dominee hier toch zit," zei hij, „zou ik u willen zeggen, dat hier een ongedoopt kind in huis is, en ik zou dominee wel willen vragen, of hij niet zoo goed zou willen zijn het te doopen, terwijl hij wacht."

't Was te voren stil in de kamer, maar nu werd het nog stiller, maar toen zei de predikant: „Dat is een goed idee van je, Sterke Ingmar. Dat hebben wij al lang geleden in orde moeten maken."

Barbro stond op in de grootste verwarring.

„Och neen, dat moeten we toch nu niet doen," zei ze. Ze had al lang ingezien, dat ze, als de jongen gedoopt werd, zou moeten zeggen, wanneer hij geboren was en van wien hij een kind was, en daarom had zij den doop uitgesteld.

„Als ik voorgoed van Ingmar gescheiden ben, zal ik hem laten doopen," had ze gedacht.

Nu schrikte ze zoo, dat ze geen raad wist.

„Je kon mij toch wel de vreugde geven van in mijn laatste uur iets goeds te doen," zei Sterke Ingmar, en hij herhaalde de woorden die hij gemeend had te hooren.

„Neen, dat is onmogelijk," zei Barbro.

Nu pleitte ook de dokter er voor, dat de oude man zijn zin zou krijgen.

„Ik geloof zeker, dat Sterke Ingmar een poos minder benauwd wezen zou, als hij wat anders kreeg om aan te denken dan zijn dood," zei hij.

Barbro had een gevoel, alsof ze in zware boeien geslagen werd door dit verzoek in een kamer, waar een stervende lag.

Zij zei zacht jammerend: „U kunt toch wel begrijpen, dat dit nu niet gebeuren kan."

De dominee ging naar Barbro toe, en zei ernstig: „Je begrijpt toch wel, Barbro, dat je kind gedoopt moet worden."

„Ja, maar vandaag valt het me te zwaar," fluisterde zij. „Ik zal morgen met het kind in de pastorie komen. Nu kan het toch niet gedoopt worden, nu Sterke Ingmar stervende is."

„Je ziet wel, dat Sterke Ingmar er blij om zou zijn," zei de predikant.

Ingmar was al dien tijd stil en zwijgend blijven zitten. Hij vond in zijn hart het voorstel even akelig als Barbro. ,,'t Is vreeselijk, dat ik elk oogenblik aan dat kind herinnerd moet worden,"

379

Sluiten