Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam. Een soortnaam gebruiken we voor telkens een ander ding van dezelfde soort, met voorbijzien van z'n eigenaardigheden als ditta of datta. Een eigennaam gebruiken we altijd voor hetzelfde ding of denzelfden persoon. Dan staat juist het eigenaardige van ditta of datta op den voorgrond. Papa en mama zijn voor Keesje dus eigennamen, maar oom, stoel, deur, bord, pap, peer, zijn soortnamen.

_ Maar er is in deze tooneelt jes nóg iets nieuws; het aan-

van " bewe'ln^ wijzend voornaamwoord is komen opduiken. Ook al in aanwijzing vroeger wees het kind verschillende dingen aan, en zei daarbij soms ook wel eens da. Maar dat da was een brabbelwoordje en het beteekende eigenlijk niets dan een uitroep. De aanwijzing, die het kind bedoelde, lag in het handgebaar. Nu echter ligt de bedoeling al reeds in het handgebaar en het woord ditte samen. Dat merken wij uit den vraagtoon, waarop ditta gezegd wordt. Ditta heeft dus dezelfde beteekenis gekregen als het aanwijzend handgebaar. Nu hebben we hierboven (blz. 16, N°. 3) gezien, dat de dreumes hiermee aanvankelijk iets bedoelde te grijpen. Dat die grijpbedoeling op den achtergrond geraakt is, zien wij in dezen tijd ook aan het gebaar. Keesje wijst niet meer met de heele hand, als om te grijpen, maar met z'n wijs vingertje alleen (zie blz. 33 N°. 10). Ook in de gebarentaal is dus de overgang van het dwingen óm iets: naar het aandacht vragen voor iets, duidelijk waar te nemen.

On Dat AANDACHT VRAGEN VOOR IETS noemen

' ,. , 9* met een gewoon woord: aanwijzen. Ditta is dus

aanwijzende voor- ' .. j j. v ■ i j i

naamwoorden een aanwijzend woordje. Keesje leerde er evenwel spoedig een tweede aanwijzend woordje bij, namelijk datta. En tusschen beide maakt bij ook al spoedig verschil: zich zelf, z'n moeder, en alle goedbekende personen en dingen, die hem nauw ter harte gaan en familiair zijn, noemt bij ditta. Alle dingen die hem veraer staan, en die hij minder goed kent, noemt hij datta. We zouden dus kunnen zeggen, dat Keesje zich voelt als het middenpunt van twee concentrische cirkels.

□ *ïg.i. □

26 Gevoel en Op alles wat voor zijn gevoel in den binnensten cirkel verstand n9tf wÜst mi met ditta, en alles wat daaromheen in den

buitensten kring ligt, duidt hij aan met datta. Behalve de meer verstandelijke .en meer uiterlijke aanwijzing, beteekenen beide woordjes dus ook een innig gevoelentje en wel ditta: een gevoel van sympathie, van familiariteit, en datta: een stemming van onverschilligheid, van op een afstand blijven. Om beide redenen is het duidelijk, dat hij z'n moeder in deze dagen altijd ditta noemt. Dezelfde tegenstelling komt ook nog in een ander geval duidelijk uit: Als Keesje van verschillende dingen

42

Sluiten