Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tclkéns naar de namen van dingen derzelfde soort vroeg, had moeder den tweeden of derden keer gezegd: Ook voetje, ook mannen. Nu dat was hem telkens een verrassend terugkennen van hetzelfde woord gi weest, op het onzekerheidsgevoel was blijde aekerheid gevolgd. Toen hij nu eens in z'n prentenboek een geitje sikka (sikje) genoemd had, en hij een oogenblik daarna op den muur der veranda ook een geschilderd geitje zag, was hem dat opnieuw een verrassende terugkenning, dus eenzelfde gevoelswisseling, en het triomfantelijk met z'n vingertje aanwijzend riep hij tegen moeder: oocha (ook eentje)! Uit dit laatste voorbeeld zien we al duidelijk: hoe het overgangswoordje oo/c hier min of meer de allures van een ouden bekende of een naamwoord aanneemt. In het begin van het volgend jaar, als niet slechts de gelijkenis maar ook het verschil van twee zulke dingen hem duidelijker voor den geest zal komen te staan, zal dat dan ook aanldding worden tot het ontstaan van het attribuut anna (andere). — Dan toch begint hij in zulke gevallen in plaats van oocha tem: anna tem (een andere tram) te zeggen, anna kat (de andere kant) en anna empja (een ander hemdje). Ook: andere — bah: vieze.

_ Maar ook ja en nee zijn zoo'n uitroep van een over-

16. Bevestiging en ganosoevoA-. Ja voor instemming, nee voor afkeuring, ontkenning. Luisteren we maar weer naar Keesje. In de 20ste maand zegt hij nee in allerlei omstandigheden, als hem iets tegenvalt/a gebruikt hij allang voor op! als er aan de deur geklopt wordt. Een maand later is hij reeds heel beslist in het tegengesteld gebruik van ja en nee. „In 't stoeltje zitten?" vraagt moeder; hij bedenkt zich even, trekt een afwachtend gezicht, en dan ineens komt het afwijzend besluit, kort en krachtig: nee. „Pap Keesje?" vraagt moeder, en op die aanlokkelijke voorstelling gaat hij in, hakt hij toej/a!

_ . Juist gelijk nu bij de gevoelswoordjes van wel. en wee,

17. Fxhte voorzet. fla £~ £ moen3> „ na moofa. Uefduifja kwam. seis -f- substantie!. ^ Kccsjc pu ook deze woordjes voor overgangsgevoelens verbinden met den naam van een oude bekende, die bij die gevoelswisseling dikwijls is betrokken geweest; m.a.w. hij gaat die gevoelswoordjes als het ware attributief gebruiken bij een zelfstandig naamwoord. Op een mooie morgen is Keesje het moe in z'n bedje, en hij roept tegen moeder: uitbedl Van wie ben je. vraagt moeder kort daarop: Van moena is het antwoord. Maa kind, zegt hij aanhoudend moeder na, als hij over iets verwonderd staat. Fies: fieza moena = uit: uit bed.

Den dag na het eerste opkomen van oocha (ook eentje;

18. Toekomstige wil hij vader zijn kunst vertoonen, en zei eerst met het voegwoorden en vingertje in het prentenboek; sikka, en toen, naar den bijwoorden-f s«h- mUur loopend, wees hij het tweede geitje aan en riep: stantief. ooc/,a ^a (ook een sikje)! Kort daarop leerde hij in

96

Sluiten