Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de voorstelling ons is bijgebleven, d. w. z. tot onze beschikking is gebleven, op de innerlijke plaats, waar de kinderen onzer ver-beeld-ing spelen en dartelen. Slapen we nu, en droomen we, dan hotsen en botsen die kinderen, als op een heksensabbat of een boerenkermis, holderdebolder door en over mekaar. Maar als we wakker zijn. dan zijn wij min of meer baas over die spelende kinderen onzer verbeelding. We kunnen ons alle dingen voorstellen, als we ze vroeger ten minste maar vaak genoeg gezien hebben. Van waar dat verschil tusschen droomen en wakker zijn? Dat komt hiervandaan, dat we in onze droomen niet denken, en als we hel wakker zijn wel. Maar wat is denken dan? Vraagt denken dan nog iets meer dan voorstellingen? Zijn die groepjes vari spelende beelden geen gedachten? Zijn al onze dolle droomenverbeeldingen geen denkbeelden?

Neen. Denken doet Keesje, als hij door 't raampje van

5. Denken is iets „ wakkcr bewustzijn naar die spelende beelden zit bedoelen dat bui- ^ m ^ inncrlijke beelden de werkelijke ten ons ugt. dingen of gebeurtenissen ziet. Kijkend naar die beelden BEDOELT hij de afgebeelde werkelijkheid, waarvan zij slechts de af-beeld-ingen zijn. In de meeste van onze droomen, waar de aanschouwelijke beelden door elkander wemelen, bedoelen we niets, volstrekt niets.

Maar als Keesje aan iets denkt, bedoelt hij iets'met z'n

6. Een denkbeeld gedachte, en wel iets buiten de speelplaats van zijn veris gewoonkjkeen bcclding. de dingen zelf. En ook als Keesje nu zoo'n voorstellmg-t-be- denkbeeld, zoo n gedachte in een of meer woorden gaat doeiing. uitspreken, dan bedoelt bij daarmee niet iets te zeggen over die innerlijke voorstellingsbeelden, maar over de dingen en feiten zelf. waarvan dat de afbeeldingen zijn. Dat zien wij vooral duidelijk juist in de eerste dwingwoordjes: de imperatieven. Als Keesje zanikt om te gaan ije (rijen) of vraagt om pap, dan dwingt hij-niet om de voorstelhngen rijen en pap ~ die kan hij zich zelf elk oogenblik gratis cadeau geven in z nverbeelding! — maarwatKeesjewildeenbedoelde.waswerkehjktegaan rijen, en heusche pap om op te eten; en die moet moeder hem geven, anders krijgt hij hem niet, en juist daarom vraagt hij erom.

Met al z'n eerste zinwoordjes en naampjes duidde 7. Het denkbeeld Keesje niet die innerlijke voorstellingen op zich zelf, geeft aan het maaj. dc fciten of dingen aan. Met seeuw bedoelde hij woord zn betee- niet de VOOrstelhng der vallende vlokjes, maar dat het kems op dat oogenblik buiten werkelijk aan 't sneeuwen

was. Met deur en roer bedoelde bij niet de voorstelhngen van deur en stoel in z'n bewustzijn, maar de werkelijke deur van de huiskamer, en Keesjes eigen kinderstoel. De beteekenis van de namen is dus eigenlijk niet: het aanschouwelijk voorstellingsbeeld, maar het denkbeeld. Dat kwam ook zoo helder en klaar uit aan dito en dato. De voorstellingen

118

Sluiten