Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK. UIT D'EENZAAMHEID VERLOST.

j 1^ . Het is niet goed dat de mensch alleen zij, zegt de Bijbel,

zaarriheidf * ' 01200 het* ^at beg*114 Keesje nu reeds tot z'n schade en schande te merken. Want zeker, in z'n eerste levensjaar had bij reeds lachend z'n moeder ontdekt, en weldra daarop volgde de ontdekking van z'n vader. In z'n tweede levensjaar zijn daar nog verschillende Oomes en tantes, kindjes en vrindjes bijgekomen, maar meen daarom niet, dat hij hen als medemenschen erkent, met een zieleleven net als het zijne, in wier zamenleving hij deelt. O nee, niets daarvan.

2 Vad ^ n moeder beschouwt hij als degene, die voor hem moeder. zorgen moet. Z'n vader als dengene die met hem spelen

en praten moet. Honger en liefde, ik zeide het reeds, zijn nog maar nauwelijks te onderscheiden. Net als de oda (honing) fieta (heel zoet) was, zoo is ook moena fieta en net als zijn fuita soet was, zoo is ook faja soet of eigenlijk niet net als, want moena is toch wel een bijzonder goede stilling van z'n honger en andere nooden, en vader is toch wel een buitengewoon gezellig speelgoed. Maar meer niet. Een ander kindje, reeds iets ouder dan Keesje nu, hield, zooals het zeide, heel veel van moeder, maar toch nog veel meer van choco! Van het stuitende, dat in deze vergelijking ligt, voelt een kind op dezen leeftijd nog hoegenaamd niets. Het neemt de weldaden en goede zorgen van vader en moeder aan, gelijk de zoetstreelende smaak van honing of choco, en het amuseerend genot van een rammelaar of een pop. Net als de honing en de choco uit hun aard zoet zijn, en pop en rammelaar amusant, zoo is het voor Keesje nu eenmaal ook de natuur van vader en moeder: om zoet en vermakelijk te zijn. Ze moesten het eens wagen anders te wezen! Toch probeeren ze wel eens om boos op hem te zijn, maar dat leert hij ze wel af. Net als dat hondje, dat hem laatst aanblafte.

3 De kleine De Javanen hebben voor een kmd, op dezen ontwikkelingskooin trap gekomen, een afzonderlijk woord, het beteekent: de

kleine koning. En inderdaad, het kindje zit in z'n waan alleen op het hooge troontje, en alles wat daar kriebelt en wriemelt onder aan de trap van den troon, komt eigenlijk niet in aanmerking, 'tls alleen goed, om den kleinen koning te helpen en te dienen. Maar verder niets. Al de onderdanen moeten dan ook deelen in zijn hef en leed; net als bij onbeschaafde volken alle onderdanen moeten huilen en weenen als het opperhoofd treurt, maar moeten lachen en giechelen als de aanvoerder zich vroolijk maakt. Is Keesje bedroefd, dan moet iedereen bedroefd zijn; slaapt hij, dan moet alles slapen; belieft het hem te lachen, dan moet de heele wereld met hem meelachen. Als Keesje nog slaapt, mogen vader en moeder geen plezier hebben samen: boos doet hij de oogen open en

140

Sluiten