Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daardoor te laten tabdimeeren, loopt hij triomfantelijk zingend de kamer rond: moena kaad, ooma kaad, oopa kaad; als wilde hij zeggen: laat de heele wereld kwaad zijn, zooveel ze willen, ik amuseer me opperbest. En een volgenden keer. toen het broekje nog eens nat was en moeder knorde, zong hij weer onverschillig en onvervaard: boeka pasja (broekje plasje) boeka toaf (stout), moena tout, koeka (koekje) roof (bij had toevallig een koekje in z n hand). „Niet hoesten 1" zegt moeder dikwijls, maar van moeders afkeurende bedoeling vat hij geen sikkepit, en als hij nu weer hoest, zegt bij ook: me oessa. Eveneens: nie kappa (krabben), juist als hij zich eens terdege gaat krabben, en nie puucha. voor dat hij gaat spuwen. Als het stoute koninkje de sleutel van het buffet afneemt, zegt moeder: „gauw den sleutel ex weer opsteken", maar daarom doet Zijne kleine Majesteit het nog niet En het duurt zoo lang. tot moeder hem den sleutel afpakt en hem zelf weer in het slot steekt. Den volgenden dag, begint hetzelfde spel opnieuw, alleen met dit verschil, dat Keesje zoodra hij den sleutel te pakken heeft zichzelf aanmoedigend toeroept: chauw cheut otteeka, maar er dan hard mee wegloopt Een anderen keer zei moeder bij hetzelfde spelletje- de sleutel gauw op z'n plaats 1" maar ook dit had weer geen ander gevolg dan dat Keesje z n spel nu begeleidde met: cheut chauw paas l Evenzoo gina het met vaders wandelstok. En tok chauw paas werd z'n devies, als hij vaders stok juist van z'n plaats haalde, om er mee te spelen. Als Keesje zich verzette tegen moeders bevel, vroeg moeder soms wel eens: waarom niet / Maar Keesje geeft daar natuurhjk geen antwoord op. hij verstaat niets van haar bedoeling. Alleen begint bij u>aarom-mef een mooi woord te vniden voor z n koninklijk verzet, en hij gaat het nazeggen met de bedoeling: dat kun je begrijpen, loop naar de maan. „Keesje, kom je eten?" vraagt moeder, maar hij heeft nog geen eedust bhjkbaar. en hij rent de kamer uit, roepend: waarom niet! „Keesje, eerst je laarsjes aandoen", zegt moeder, maar Keesje verzet zich daartegen met: waarom nietraasjasandoen ! „Keesje, ik moet eerst je haar kammen". Waarom nier aa kammen ! protesteert de guit;ik wil geen laarsjes aandoen, ik wilm'n haar niet laten kammen, bedoelde hij. Zoo ging ook mag niet in zijn mond beteekenen: «* heb er trek m Mag Keesja niet in, zegt hij als hij in den tuin van den buurman lekkere aardbeien ziet staan. Met mag Keesje nie chieta. bedoelt hij: ik heb zin om te gaan schieten. Als hij tegen moeders zin van haar wegloopt roept hij: kom iet, chauw, Keesja. Keesja 1 Men ziet een moeder moet heel wat geduld hebben met haar snaken, eer het stemmetje vanhetgewetenendegehoor^mheidmhetjongehoofdjewakkerworden.

-A .i". m VaD fafl«b«Ue majesteit was Keesjes opvatting van „dank u^dat hij alleen van vader en moeder hoorde, als ze bij grootpa waren Reeds in zijn 20** levensmaand zegt hij dikwijls daku,dakoeotkaku. Als vader smorgens het warme water op de slaapkamer brengt: oopa kaku

143

Sluiten