Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bejjs eers soet, bejjs soete jongs gaat dan ook weldra beteekenen: ik ben zoet, ik ben beel zoet, ik ben een zoete jongen. Da wis js niet, da dach js niet, bedoelt hij twee maanden later als: dat valt me mee. Wat moetje doen, bedoelt hij weer 3 maanden later als: wat moet ik doen? enz. Zelfs toen hij volle 3 jaar oud was, zei bij nog: naar Miesjs gaan, mag je met ds kaar rijs in de bedoeling: ik wil naar Miesje gaan, dan mag ik met de kar rijen: Noortje rief! moche mach js Noortje aais, bedoelt bij: Noortje is hef, morgen mag ik Noortje aaien.

9 De moeilijk- ^k*1"* begrijpen we, hoe moeilijk het voor een kindis: heid der persoon- het ^%te: 9e°ruik der persoonlijke en bezittelijke voorlijke vrnwden. naamwoorden aan te leeren. Aan deze voornaamwoorden toch beantwoordt geen vaste aanschouwelijke voorstelling, ze beteekenen in ieders mond wat anders. Een kind merkt natuurhjk niet aanstonds waaraan dat ligt, en konstateert hoogstens in het vage: dat vader een heele boel namen heeft: 1. vader 2. jij, je, jou, en soms ook nog U, 3. ik en mij. Ook moeder heeft al die namen op den eersten na. En Keesje zelf heeft ook al veel namen 1. Keesja, 2. je, jij en jou, waarmee hij aanhoudend wordt aangesproken ,maarnooitU,ikenmij, wat natuurhjk niemand tegen een kind zegt. Die ingewikkelde konsta teering komt natuurhjk niet op één dag ineens, maar heel langzaam bij stukjes en brokjes; en is hét dan zoo'n wonder, dat het denk trage kinderhoofdje er soms de kluts van kwijt raakt? Nu Keesje evenwel achter het verschil tusschen personen en dingen aan het komen is, en nu merkt, dat ik, jij, je, jou enz, alleen van personen gezegd worden, is hij ten minste al een heel eindje op dreef.

. „ De meeste kinderen, die alleen met groote menschen

10. De voornaam , . , ,rj , ° , t .,. .

wijkt voor je en jij. om9aan- beginnen zich zelf dan ook op anderhalfjangen

leeftijd met hun voornaam te noemen. Keesje noemde zich aanvankelijk ditts, dat ook in 't vage hi er, hij of m ij beteekende, en begon pas met z'n voornaam tegen het einde van z'n tweede levensjaar; eerst in den vorm Kis, Kees later Keesjs. Op twee en een halfjarigen leeftijd beginnen ze zich dan gewoonlijk je of jij te noemen. Maar moeder en vader noemen ze ook je of jij. En hoe ook de ouders daartegen protesteeren, dat helpt niets in het begin. „Nelly is ik" zei een vader Professor in dien üjd tegen z'n dochtertje Nelly; maar het snedig antwoord was: Nee, Nelly is niet ik, Nelly is jij. Ze praten over hun eigen kleed, hun eigen kousen van jouw kousen en jouw kleed. Ze noemen hun eigen portret jij of dat is jou, en zoo met alles; omdat ze de anderen dat hooren zeggen. 11 T "*" wiik Min of meer onbewust schijnt Keesje reeds op tweevooralT en Ik' jarigen leeftijd in 't voorbijgaan even den onbetoonden

vorm sk gebruikt te hebben. Moens mach sk komms ? en daarop verduidelij kend met dubbel onderwerp: Keesjs mach sk komms? en nog eens op denzelfden dag: mach sk koekjs mesk dinksl Daar even-

146

Sluiten