Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is geteekend). In den vroegeren binnenkring ditta is een kleinere ik-enmij'kring gekomen, de overgebleven buitenrand van ditta en de daarbij aansluitende halve binnenrand van datta vormen nu samen den je-en/ü-ring. En de buitenrand van datta met nog een nieuw ontdekten ring daaromheen, vormen den ny-rand (Fig. 22).

Ook deze nieuwe kringen beteekenen dus, op de eerste plaats: drie vaste graden van eigenheid, of vertrouwelijkheid. Een hij js ons niet zoo eigen, staat ons niet zoo na als een jij, en een jij opnieuw, is ons volstrekt niet zoo eigen en vertrouwd als ons zielseigen ik Vroeger, toen Keesje zich als de heer der wereld beschouwde, was z'n aandacht voortdurend op het binnenste kringetje gericht. Nu heeft bij ook voor de jij- en zelfs voorde hij-wereld eenige belangstelling gekregen; het werd hem op den duur toch wel wat vervelend in dat alleenige wereldje. Maar ook nu Keesje langzamerhand in z'n bewustzijn wat meer plaats gaat afstaan aan vader en moeder en de verdere buitenwereld, blijft bij toch nog vooral vol van zich zelf. Dat komt sterk uit door de nu aanstonds frequent optredende herhalingen van ik. Dit schijnt bijna bij alle kinderen voor te komen. Menige moeder tracht hen dat dan af te leeren, door op verwijtenden toon te herhalen: „ik, ik en ik alleen". Keesje ondertusschen zegt nu aanhoudend ïk, tot twee- driemaal in hetzelfde zinnetje: za 'k ik 's 'n anda boek hawa (halen)? 'k zan (zal)'A: fis meta. 'ktieb'k ik gageta.en zoo een tijd lang voortdurend den heelen dag. Ook eigen komt nu voor den dag in een typeerend zinnetje als: 'k wou graag eicha mooi maka (mijn eigen bedoelt bij). Men moet echter niet denken dat door het verschijnen dezer nieuwe kringen van belangstelling, de oude kringindeeling wordt opgegeven. Neen, niets wat eenmaal den menschelijken geest is ingeprent, gaat later weer verloren. En zoo blijft onder het nieuwe, ook het oude schema bestaan. Welnu, aan het oudere schema beantwoorden nu de aanwijzende voornaamwoorden en bijwoorden; aan het nieuwere schema beantwoorden de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden. 14 o» h j_ Naast dit komt spoedig hier, en daarna ook deze op; krmoen beruste^ naast datt3 komen Mar), en die in gebruik b.v. de aanwijzende *om 'er 01 *-* (daar °* ^ 15 3t nondj3- Men moet voornaamwoor- echter niet meenen, dat Keesje nu het onderscheid al den en bijwoorden, kent: tusschen de plaatsaan wijzende bijwoorden hier, daar en de aanwijzende voornaamwoorden dit, dat of deze, die. Al deze woordjes: hier, ditta en deze, daar, daten die worden lukraak door elkaar gezegd. Meestal toch goed natuurhjk, omdat hij voortdurend halve zinnetjes napraat, maar juist de anders onverklaarbare verwarring, waarop we later bij de vraagwoorden wat en waar terugkomen, bewijst allerklaarst dat hij van ons onderscheid tusschen voornaamwoorden en bijwoorden nog niets beseft.

148

Sluiten