Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zin of een heele gedachte of een heele handeling. Laat ik at nou maar doen! Zar ik at maar doen. Nu zeg Keesja at choed, moeda. Ik vin at niet aadig, enz,

20 Samen es telde '^'oen Keesje eens naar z'n trein zocht, zei moeder: Bijwoordeh^ke * mi staat m de kast. Maar Keesje zag, daar de kast voorn, woorden. open stond, dat moeders gedachte niet uitkwam en zei

toen: ik choofa niks van, ik choofat nie waar is, ik choof at niet. De nadruksvorm het, is ook in groote-menschentaal zeer zeldzaam, daar wij juist in het meest voorkomende geval, d.w.z. na praeposities nooit het gebruiken, maar in plaats daarvan de zoogenaamde bijwoordelijke voornaamwoorden. Ook deze komen nu spoedig voor den dag gelijk we al zagen, want ik choof a niks van, is natuurhjk een nog vage uitspraak van het bedoelde: ik geloof er niets van, wat evenveel beteekent als het ongebruikelijke: ik geloof niets van het.

21 De eerste oer ^an ^ meervoudige persoonlijke voornaamwoorden soon meervoud^" verschijnt bij Keesje in dit jaar nog dat van den eersten

persoon in twee onbetoonde vormen: wa en ma. Dan chaan wa toertja doen. Chaama boochap doen. Gistar, als wa bij oopa gaweest zijn. Deze beide vormen komen ook in het Algemeen Beschaafd Nederlandsen heel dikwijls naast elkander voor. Wat de beteekenis betreft, merk ik op, dat Keesje met wa en ma tot nu toe alleen de samenvatting van vader, moeder en hem zelf bedoelt. De cirkel van wa, al noemen we dat het meervoud van i k, valt dus niet precies met den kring van i k samen, maar strekt zich verder uit over een rand van je, jij en jou, ongeveer evenver als de kring van ditta en hier1). Want tot vader en moeder zijn nu de meest gebruikte je en jy's gericht. Maar dat hij zich van de samenvattende kracht van wa en ma iets bewust is, kunnen we opmaken uit een interessant zinnetje uit dezen zelfden tijd. In zijn jaloerschheid op vader kon hij niet dulden, dat vader en moeder iets stil tegen elkaar fluisterden: vader en moeder mogen niet alleen met elkaar praten. Elkaar kent hij echter nog niet als de samenvatting van twee personen. Als zoodanig kent hij wel wa en ma, en daarom zegt hij nu: mach moena en vada niet arreen met ma para.

22 Devervoeaina vervoe9'n9 der persoonsvormen van het werk-┬╗ van het werk- woord begint ook nu pas heel langzaam in het dagewoord zijn. lijksch gesprek op te komen. Het eerst leert hij de

aanhoudend gehoorde vormen van het, werkwoord zijn gebruiken, zonder evenwel nog te vermoeden, dat ze iets met elkaar te maken hebben, als loutere koppel woordjes. Ik ben komt nog niet voor. Misschien is het juist, wijl hij van dezen vorm nog niet zeker is, dat hij in alle zinnen, waarin hif zelf onderwerp┬╗ en verder een koppel-

x) In het Italiaansch is Ci hier (denk aan 't fra. ici) ook Wij gaan beteekenen. :-;

153

Sluiten