Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dadelijk terugstuurden, zou Onze lieve Heer haar dan niet willen ruilen, voor een ander, die niet zoo leelijk is? Jane is ten hoogste verontwaardigd. Zij overstelpt Trott met verwijtingen. Maar hij luistert er niet naar. Hij ziet maar altijd naar dat kleine vuurroode poppetje. Wat is ze leelijk! Nu is Lucette toch wel een geschikte naam voor haar; Polycarpe zou veel te mooi zijn. Kijk! Ze beweegt zich! Dat is wel aardig. Die kleine dingen kunnen zich dus ook bewegen ? En kijk, je zou zeggen... ja warempel: de oogleden gaan omhoog; je ziet twee dingetjes, net balletjes, zonder wit... Kijk! het mondje gaat ook open. Beleefd moet je altijd zijn, met waar? Daarom zegt Trott, wel wat schuchter, heel zacht: — Dag, Lucette. —

Zij antwoordt met. O ja! daar grijnst ze: — Oe-in-in-in Trott gaat een

stap achteruit. Wat is dat nu voor een conversatie! Trott voelt zijn hoofd in de war raken! Hoe! heeft zijn zusje zulk een stem ? Net de pop van Marie de Milly. Die schreeuwt ook, als je haar op haar buik duwt, alleen wat leelijker en veel harder.... Daar begint zusje uit alle macht te huilen, met een stemmetje als van een verkouden harlekijn. De min neemt haar uit de wieg; zij wrijft haar en schudt haar heen en weer 1 Ach. lieve goede God, waarom is ze toch zoo leelijk ? Zij slaat met de handjes, alsof ze zich de oogen wou uitkrabben. Vier stumpers van haren bengelen verdwaald over een kaal hoofdje, dat rechts en links slingert... En dat niemand zich daarover verwondert; dat ze het allen zoo natuurhjk vinden! Zouden andere bébé's er ook zoo 'uitzien? En dat zoo'n klein ding pas uit den hemel is gekomen! Daar had Trott heelemaal met meer aan gedacht. Onwillekeurig voelt hij eenig respect. Gisteren nog was zij bij de engeltjes... Bij Onzen heven Heer... Wij moeten weer weg, Trott. Zeg zusje maar gedag. De kleine zus ligt nu weer rustig in haar wiegje. Haar oogjes staren recht naar boven. De min praat nog druk met Jane. Gauw daarvan geprofiteerd! Trott nadert het kleine figuurtje; hij kust het, ofschoon hij het wel wat griezelig vindt, en fluistert vlak aan haar rimpelig oortje! — Hoe gaat het met Onzen heven Heer ? Geen antwoord. — Is het er aardig in den hemel ? Geen antwoord. — Is het waar, draagt Onze lieve Heer een langen witten baard? Geen antwoord. Ja toch! kijk, het mondje plooit Zich. Verschrikt wijkt Trott een paar passen achterwaarts. — Oe-in-in-in-in... — Maak je haar nu al aan het huilen, Trott? Kom, laten we maar gauw heengaan... Trott en Jane gaan samen de kamer uit. —' Nu, heb je kennis gemaakt met je zusje? Die lieve schat! Trott zegt: Ik vind haar toch te leelijk. Jane roept: Maar dat is toch verschrikkelijk, Trott! Jij was vrij wat leelijker, jij! Trott bloost Hij voelt zich beleedigd. Hij wil erop antwoorden. Jane was hier nog met, toen hij geboren werd. Er was een andere bonne... Maar zijn tong raakt in de war. Hij zal dus maar zwijgen. Daar zijn ze terug. Trott zit naast Mevrouw de Tréan in 't hoekje van den haard. Zij vraagt hem met haar zachte stem: Nu, Trott! heb je je zusje gezien? Trott antwoordde koeltjes: Ja, mevrouw. Mevrouw de Tréan is blind. Toch zi et ze heel veel dingen. — Ben je niet blij, dat ze gekomen is ? — Trott antwoordt

163

Sluiten