Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gleed den boeg voorbij en weldra krioelde het van'groote en kleine lichten, de groote op een rechte lijn onderaan, de kleine, willekeurig in het rond verspreid, op een steden muur en er achter. Dat was de stad, de vreemde stad.l) Maar dé stad lag in mama's 2) land, en dat land en die stad .zouden in het vervolg zijn land en zijn stad wezen, van hem John Winterfleld Mac Kean, hoewel papa en mama aan den anderen kant van de zee waren achtergebleven. Maar mama en papa waren alleen maar twee zwarte, gladde kruisen onder andere zwarte kruisen achter een ijzeren hek onder groote boomen bij een roode steenen kerk. 3) Het kleine stukje mensch .op de commandobrug omklemde met zijn koude, vochtige handjes de koperen leuning en staarde naar al de lichten. De dikke ulster*) stond weer midden op de brug een oog in het zeil te houden. Maar tusschen de grijze oogen van John Winterfleld Mac Kean en de lichten aan land kwamen er beelden te voorschijn, beelden die hij vroeger gezien had. Het beeld van een groot steenen huis 5) met klimop en rozen, een massa rozen. En groene, fluweelen grasvelden en grintwegen onder de suizende bladeren der boomen. En een kalme, donkere rivier met een wit bootje. Een stoel met hoogen rug had langzaam over de grintwegen gereden. En op de kussens van den stoel had een hoofd gerust met donker haar en een ijleek gelaat, en achter den stoel had een lange, zwarte, dichtgeknoopte jas geloopen met wit haar en witte bakkebaarden. Het hoofd in den stoel, dat was papatï). En de jas achter den stoel dat Was Wilson. En Wilson reed den stoel waarheen papa's lange, witte hand wees. En verder was er mama geweest en John zelf. Mama liep naast den stoel en hield papa's witte vingers vast En in de diepte aan haar anderen kant liep John Winterfleld Mac Kean en hield met heel zijn handje mama's wijsvinger vast Af en toe zakte papa's hand naar beneden en legde zich op John's bruine, zachte krulleh, en door zijn krullen heen voelde John dat papa's hand even warm was als de steenen trap wanneer de zon er heel den dag op had geschenen. Toen was er een tijd geweest waarop de stoel en het donkere hoofd en de lange, gloeiende hand er niet waren 7). Een tijd waarop mama's oogen altijd dik en rood waren en er vele vele menschen kwamen en gingen, die John Winterfleld Mac Kean nooit gezien had. Daarop was een tijd gevolgd, waarop hij heelemaal alleen met mama .was in een piepklein huisje met een piepklein tuintje in eta piepklein straatje 8). En John speelde in het piepkleine tuintje en andere kinderen kwamen er ook en leerden John allerlei aardige woorden en dingen die mama heelemaal met aardig vond. Mama sprak er iederen dag van. om met John naar haar land 9) te reizen, dat achter de zee lag, de groote, blauwe zee die zij John gewezen had van den top van den heuvel achter het kleine straatje. De groote blauwe zee, die er uitzag of er nooit een einde aan kwam. Als mama's land achter die groote zee

i) Chrisüania. *) Mama was in Noorwegen geboren en opgevoed, maar in Engeland met een Lord gehuwd geweest 3) Op het kerkhof, want John s ouders waren beiden gestorven. «)De kapitein. 5>Het ouderlijke huis. 6) Papa, die lang zielogeweest was. ») Vader was gestorven. °) Mama was in een klein huisje in een achterbuurt moeten gaan wonen. 9) Noorwegen.

189

Sluiten