Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere vormen. Dat de zachte glijders in de kwelspreuken goed vertegen-» woordigd zijn,, zal ons na al het voorgaande wel niet meer verwonderen. OEFENING ^a^e' va*e vos' vak verre van Vlaanderen. Bazin rei ze, Geeft zei ze Gauw zd ze, Gort zei ze, Want zei ze. Mijne zd ze Man zd ze. Eet zd ze Zoo zd ze Geren zd ze, Pap zd ze. — Duimken vond een pruünken. Hij was zoo bhj. Hij vond er dry. Hij was zoo barmhartig, Hij vond er dertig. Hij was zoo verwonderd, Hij vond er honderd, Hij was zoo dol, En stak geheel zijn zakken vol. — Zes honderd zes en zestig ruiters zagen zes en zestig sauciesen zonder saus. Let er eens goed op: hoe je zes en zestig uitspreekt, over de reden hiervan later meer.

Maar al kan Keesje nu de zachte glijders uitspreken en van scherpe onderscheiden, daarom gebruikt hij ze nog niet altijd op de juiste plaats. Zoo komen volop in het vierde jaar weer lecha voor leggen, vaatjes voor vogeltjes voor en dergl. Dit bewijst ons, dat hier nog nieuwe moeilijkheid schuilt. En die zullen we dan ook naderhand duidelijk voor den dag zien komen. En niet slechts eentje, maar twee of drie, waarvan Keesje nu nog niets vermoedt. Ga b.v. maar eens na, hoe de z van zoo en zei in de bovengenoemde kwelspreuken telkens worden uitgesproken. 21 Het grilhae Verder wisselen in het derde jaar n met den m met b. huigje. ^u, '*9* 8311 de verregaande gelijkenis tusschen deze

twee klankparen. Het eenig verschil tusschen d en n. en b en m, is: dat bij de laatste telkens de huig van het verhemelte omlaag hangt, zoodat de lucht niet door den mond, maar achter langs de neusholte omhoog, en verder door den neus naar buiten gaat Dit is trouwens de reden, waarom m, neung neusklanken heeten. Nu is Keesje dat drukbeweeghjk huigje in den beginne nog niet zoo heel goed meester, en daarom hooren wij dan; mina, nine en abena voor beneden, moena en boena voor moeder, en' omgekeerd weer emma voor hebben; verder teekada voor teekenen, en omgekeerd dema, wegdema, meeadoma voor nemen, wegnemen, meegenomen. Soms zelfs laat hij halfweg den medeklinker z'n huigje los, en dan hooren wij de beide klanken achter elkaar: kazernde voor kazerne, bij andere kinderen: panding voor pudding, pampier voor papier enz. Maar ook hier weten de versjes weer raad op. De d en b worden trouw aan het begin van elk woord herhaald, terwijl de n's en m's, als het ware binnen in de woorden verstopt, slimmetjes worden binnengesmokkeld.

OEFENING David dee den duivel dansen. Doen den duivel dronken was. of anders: Daniël dee den duivel dansen, door den dikken dunnen draf. Dat die dieren de dossen der dennen droegen, dat die donderdagsche dieren droegen. —

Op denbierlabomschen barem (of berreg) In dat bierlabomsche huis

Staat het bierlabomsche huis. Wonen bierlabomsche menschen,

210

Sluiten