Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. Verleden deel- ^u we in het vori9 hoofdstuk a): koe vruchtbaar woord als rijder. d.\e ontdekking is geweest. Want met esdeed hij niet nj .si sgnav alleen hetzelfde kunstje als met w a s: b.v. in Keesia is

vendien leent het zich ook, net als eef, heef of heeft en u»or (wordt) tot precies hetzelfde spelletje met het verleden deelw. Alleen is dat verl. deelw. maar een half werkwoord meer, en dat klautert dus. Na Aroesja dokka (uit het kroesje gedronken), pijka keecha (spijkergekregen), tem boka (trem gebroken) verschenen plotseling de zinnetjes: Is tem boka. Eef moena aroept.en weldra volgden toen de heele reeks voltooid verl. tijden en lijdende vormen (b.v. nou wor ik gameet) die wij in het vorig hoofdstuk uitvoerig hebben besproken. (Fio. 291.

12. Tweëahchtig- M^d«»di«Maanderdeopvattingvanis,gaatKeeS^ heid van de kop- nu ook zinnetjes als .ventjais zoet. Keesja is Araar (klaar), pelwerkwoorden. ^^z- fae b\z.y}<$AQ7, nr^l) een beetje'anjïerRrOps sm isifVatten. yneger waren zoet en kaar, eenvoudig gezegde, en is een koppelwoordje. Nu echter heeft ijB[$ich ook tot gezegde opgewei^.Wat moet er6nü met zoet en kaar gebeuren? Wel juist

Fig. 29. Eef moena aroept. (Moeder heeft geroepen,) Is tem boke. (De trem is gebroken.) ^Hk wor gameet. (Ik word gemeten^

233

Sluiten