Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

icheMte bescht £ fl.^P^' f o grilligen overvloed van groeikracht in scminjK oescha verfijnd weekelijke of grootsch majestueuze blad- en i L, , b, oemvormente verkwisten heeft — de Rafflesia heeft een weeke bloemkelk van een meter doorsnee! — zóó teert ook de kinderlijke taalontwikkeling op de met moeite verzamelde en opgestapelde geestesrijkdommen van de tallooze geslachten, die de taal, nu uit moeders mond gehoord, hebben gepolijst, bearbeid en bezwoegd, hun rijke noeste leven lang; die daarin hebben neergedragen al hun kostbare geestesschatten en fijnste rieleritselingen, die in zinbouw en woordverbindingen alle ntmische overgangen van gevoel hebben uitgestameld, in vergelijkingen en overdrachten al de kleuren van hun verbeelding hebben afgemaald, in spreuk en spreekwoord het kort begrip van al hun levenswijsheid hebben nedergelegd.

37. De gelijkenis °p, ^ ,van de °ntw1kkehngssporten, die Keesje als in der kindertaal met spf . beklom' zi!n nunder beschaafde volken staan de talen der onbe- Gebleven tot op den huidigen dag. Er zijn toch talen, schaafde volken. aie 9een tijden van het werkwoord kennen, en er zijn

u j j cr-die zelfs geen substantief van een werkwoord onderscheiden, en dus ook van geen voorwerpen weten; er zijn talen die geen overgangswoordjes hebben; er zijn talen wier gezegdes altijd volwaardig zun. zoodat er geen onder- of bovengezegde mogelijk is, en er zijn talen die geen ondergeschikte zinnen kennen. Maar alsof het geen moeite kostte rent de kmderhjke geest in jeugdige dartelheid dien hemelsladder der geestesbeschaving op. Ja, er is hier inderdaad reden te over tot groote en diepe bewondering.

38. Die welige Want hébben we die zielekunstjes, die de grammatica

n".fw™ met hfat prOZaïsche namen nu eenmaal onderwerp, nooit weerom. gezegde, voorwerp en bepaling belieft te noemen, niet ais kiemen zien vallen in wonderbaarlijk vruchtbare aarde? hebben we die jeugdige groene kiemen niet de een na de ander voor onze oogen zien op- en uitschieten, totdat verbazing ons stil maakte? toen ze als de reuzenvarens uit het vóórwereldlijk tijdperk - elk een woudstad in de vlaktegingen opranken en uitgroeien in een ontzagwekkende kroon van rondfZt'ISTf versta?& stengels, sterk en hoog als Eiffelspitsen, die juist gehjk de stengels ónzer varens elk aan beide zijden met sierlijke kammen prijken, hier van tallooze dwarshangende gulden kerktorens bovene^-^edlangvano^^

die op hunne beurt ons weer hun lange rijen gekartelde groene vanen IT^r^T^T ^r^1^ *^majeSteitelijken9spormeT3S dl7 £ der,Lllkp"tterPlanten onze latere wereldperiode! Ja. inder? daad. zóó-spot ook Keesjes welige verstandsontwikkeling met de armlhjke vordenngen van ons latere leeren en begrijpen, LnstattlrtTL

255

Sluiten