Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesprek de hoogste kunstvorm en de rijkste levensvreugde. 35 Sommigen leeren het nooit. OEFENING.

KLEIN VLEISTERTJE :-: :-: door Anna Sutorius 159 KLEIN ONDEUG '-: (in 't Afrikaansch) door Jan Celliers 159 HET ZUSJE VAN TROTT x - :-: door A. Lichtenberger 160 BENJAMIN-AF >: :-r t-r door P. de Genestet 165

EGO FLOS :-: :-: :-: :-t door Guido Gezeik» 166 HOOFDSTUK IX. DE ONTDEKKING VAN DEN TIJD . 167 1 De wijzen van het werkwoord. 2 Modale hulpwerkwoorden. OEFENING. 3 Twee wijzen en drie woordjes voor de toekomst. 4 Een vast hulpwerkwoord voor hoop en vrees. 5 Het eerste woordje voor den verleden tijd. 6 Op weg naar de tijdsontdekking. 7 Waarom de toekomst een voorsprong heeft op het verleden. OEFENING. 8 Het terugkennen, de eerste stap naar een verleden-tijdsvoorstelling. 9 Vrij opkomende herinneringen, de tweede stap. 10 Herinneringen en terugkenningen stapelen zich op. 11 Het verleden interesseert Keesje om de blijvende gevolgen. 12 Vergelijking van toekomst en verleden: de derde laatste stap. 13 Het eerste tijdsbegrip. 14 De schatkamer van het verleden. 15 Voltooiing en voortduring. 16 Middel en doel. 17 De durende tegenwoordige tijd. 18 De durende of onvoltooid verleden tijd. 19 Durende en voltooide bijwoorden. 20 Het verleden deelwoord. 21 De voltooid verleden tijd. OEFENING. 22 Lijdend en handelend werkwoordsgebruik. OEFENING. 23 Overgankelijke werkwoorden. 24 In 't aktief met hebben. in 't passief met zijn vervoegd. 25 Onovergankelijke werkwoorden: duratief met hebben, perfectief met zijn. OEFENING. 26 De onvoltooid verleden tijd. 27 Hoe dikwijls die voorkomt OEFENING. 28 Zn beteekenis. OEFENING. 29 Sterke en zwakke vervoeging. 30 Naapen en navolgen. 31 Geen louter spel meer maar behoefte. 32 Analogie in beteekenis-groepen. OEFENING. 33 Zwakke en sterke deelwoorden. 34 De louter grammatische groepen. 35 Zes enkelvoudige wisselreeksen. 36 Drie tweevoudige wisselreeksen. 37 Eén drievoudige wisselreeks. 38 De klassen der sterke werkwoorden. 39 Onregelmatige werkwoorden. 40 Juiste en valsche analogie. 41 Zelden en vaak voorkomende gevallen. 42 De onregelmatige werkwoorden komen juist het meest voor. 43 Zwakke Imperfectumvormen. 44 De nood der eenzaamheid de beste taalmeester.

ALS DE DOOD ZOO BANG :-: :-r door Barbra Ring 188 KONING EN KEIZER :-: :-: .-: door W. L. Penning 194 GROOTMOEDER :-: :-: door Anna van Gogh-Kaulbach 195

HET KLEINE MONNIKJE . . . 195

FRANK ROZELAAR MET ZIJN ZOONTJE :-:doorL.van Deyssel 198 HOOFDSTUK X. NOU ZEG KEESJE'T GOED MOEDER! 199

264

Sluiten