Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

die nu door den adel der wetenschap worden gesierd, zoo ge hun kleine groep met de zoo breede schare der „kleyne luyden" vergelijkt, maar naast het cijfer van 1816 gelegd, is hun getal dan toch meer dan vertienvoudigd.

Dank zij dezen vooruitgang won en wast onze invloed. Niet alleen in de Tweede, maar nu ook in de Eerste Kamer spreken onze tolken. En ook, komt ge op het kiesterrein, dan bracht onze organisatie zoo overgelukkige uitwerking teweeg, dat onze Deputatenvergaderingen almeer samenkomsten van genot, van bezieling en van politieke beteekenis werden. Juist daarom echter was het zoo dringend noodzakelijk, dat onze politieke organisatie getrouwer dan dusver met haar tijd medeging, of we er in slagen mochten, haar beter aan de steeds voortgaande verwording van onzen politieken toestand te doen beantwoorden. Groen, zooals ik straks reeds opmerkte, kon nog in geen Pers, dien naam waard, en kon nog in geen gespierde organisatie roemen. Wat hij in zijn Nederlander ondernam, bleek al spoedig geen stand te kunnen houden, en van den rijken schat in zijn Nederlandsche Gedachten neergelegd, was het al veel, zoo het publiek er een tweehonderdtal exemplaren van kocht. Het was destijds nog niet de ure van de Pers, en ook aan organisatie van beteekenis viel in Groen's dagen nog niet te denken. Alleen de Schoolactie begon toen reeds in fleur te bloeien. Maar wat desniettemin van Groen's hooge en geheel eenige positie zulk een nog altijd verrassende glans deed uitgaan, was de greep dien hij in de machtige en alles beheerschende antithese tusschen de Revolutie en het Evangelie deed, en school niet minder in de keur van taal waarin hij zijn machtige antithese wist te vertolken.

Toch blijft het altoos zoo tragisch, en bij zijn nagedachtenis u in de ziel grijpend, dat, toen zijn sterfbed naderde, schier al wat hij gepoogd en beproefd had, een verloren zaak scheen. Naar de historische orde echter kon dit niet anders. Het tintelend opbloeien uit den Wortel, en het weer als verdwijnen van wat opbloeide onder de dorre aarde, blijven elkaar in de historie steeds afwisselen. Zoo was 't voorheen, zoo was 't in Groen's dagen, en straks staat allicht ook voor onze zonen en naneven hiervan een maar al te droef da capo te wachten. Doch ook al kwam er na Groen's afsterven, door het schier wondere opkomen van Pers en Organisatie, een zoo gelukkige keer, dat men wenschen kon dat

Sluiten