Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

Groen 't zelf nog beleefd had, toch kon ook de hieruit geboren toestand in geen geval duurzaam in zijn eerste, in zijn oorspronkelijke gestalte volharden.

Voor eenheid zag men welhaast veelheid van meening aan 't woord komen. Waar eerst kruk na kruk was aangedragen, om ons saam 't loopen te leeren, bleek nu de voet allengs vast genoeg te staan, zoodat we op 't kiezen van eigen gang bedacht konden zijn. Hieruit bleek ontkieming van leven waar versteening, ontwikkeling waar stilstand gevreesd was, een ontplooiing van te lang nog schuilende krachten. Doch natuurlijk, bij zoo gelukkigen groei kan 't politieke kleed, dat eerst de zoo jeugdige en pas uitkomende vormen dekte, de rijker uitwassende leden niet langer omhullen. En zoo voelde ik zelf schier aanstonds na mijn aftreden als Minister, en straks wie al niet met mij, dat we op het aanpassen van een ruimer gewaad bedacht hadden te zijn. En juist dit zinnen op een ruimer gewaad en dat ons aanschaffen van een meer manlijken lijfrok, is de begeerte, die nu voor ons saamgevat ligt in ons geroep om Partij-Reorganisatie, en ik voeg erbij, in de Revisie van ons Program. Doch al doelen beiden op een geleidelijk voldoen aan wat de nimmer stilstaande tijd thans ook van ons komt vergen, toch vormen deze Reorganisatie en deze Revisie daarom nog van verre geen identiek begrip. Immers de leidende gedachte, die zich sinds 1878 in ons Program uitsprak, bleef nog steeds onveranderd, en schier ongewijzigd, heel ons partijleven beheerschen. Voor ons Program kwam het derhalve slechts op drieƫrlei herziening aan. Allereerst vroegen enkele feilen in woordenkeus om uitzuivering. In de tweede plaats eischten eerst later opgekomen vraagstukken om inlassching. En ten derde drong wat te vaag en niet volledig genoeg was uitgesproken, om verscherping in zijn lijnen en om aanvulling. Met name geldt dit laatste met het oog op onze Koloniƫn in den Archipel. Het is die Archipel met zijn veertig millioen bewoners, waaraan we onder de kleinere Staten van Europa een zoo hooge internationale positie danken; en juist in dien Archipel dreigt thans, wat nog voor vijftig jaren door niemand geducht of ook maar vermoed werd. Vooral nu de grijnzende oorlog, die nog steeds ongemuilband voortwoedt, Europa tegenover Azie dreigt te verzwakken, en nu Azie zich hiertegenover steeds meer van zijn overwicht in tal en schat bewust wordt, eischen onze Kolo-

Sluiten