Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

Staten-Generaal ook over de óns heilige belangen zal te beschikken hebben, zij Gode overgelaten. Ook wij hebben ons lot, en het lot van ons kroost niet in eigen hand. Schier alles zal afhangen van de vraag, of als het tegenwoordige geslacht van de u leidende mannen ten grave zal zijn gedaald, het onzen God believen zal, u in 't bezit van anderen, moge het zijn van nog rijkere geesten te stellen, die tegen den strijd die dan komt, opgewassen, u nogmaals onder de ons heilige banier ter overwinning kunnen leiden. Nog nimmer, Mannen Broeders, zijn we dusver in Deputaten-vergadering saam geweest, of van achteren kon, heel het land door, ons Christenvolk betuigen, dat er een zegen, en in dien zegen een krachtsverjonging, van was uitgegaan.

Moge dit ook thans zoo zijn. Niet het boeket van nieuwmodische vondsten, doch alleen de nawerking in óns en in ons kroost van het heilig bedoelen onzer vaderen, kan ons in vernieuwde kracht doen opwaken. Laat ons het den Engelenzang in Efrata blijven najubelen: Eere zij God in de hoogste hemelen ! Al moet onze waakzame zorge vaak ook tot het materieele doordringen, moge toch nimmer onder ons het materieele het hoogste woord erlangen. En druppelt de zonde nog zoo telkens iets ook in ónzen levensstroom, wat ons zoo licht elk een eigen pad doet kiezen, en op dit eigen pad eigen eere en zelfs eigen profijt kon doen zoeken, blijve 't toch ook zoo onzer aller bede, dat ons saamgaan het éénzijn in Christus tot uitgangspunt moge behouden. Eén in onzen Heiland en één onder onzen Koning daarboven! Wat ook in ons of om ons heen verdorre, dank zij den Wortel, die in den Zone Gods is, moge ook ons partijleven stand houden!

Ik heb gezegd.

Sluiten