Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prachtige kaarten, waarop van het land alleen de omtrekken met de havenplaatsen en vuurtorens staan aangegeven, maar waarop men alles vindt, wat voor den zeeman van belang is: de bakens en lichtschepen, de ondiepten en diepten met cijfers aangeduid, de grondsoorten van den zeebodem en de stroomingen.

„Dus tot het noorden van Engeland langs de Engelsche kust en dan recht oostelijk op Skudesnes aan. Lijkt u dat ook het beste?" vroeg de heer Wetselaar ten slotte.

■ Ja, het is waarschijnlijk het veiligst. Wel zullen we er ruim een dag mede verliezen, maar dat moeten we dan maar op den koop toe nemen," meende de kapitein. "Te Skudesnes neem ik dan een Noorschen loods en kan dan binnen de fjorden doorvaren naar Bergen en daar kolen en zoet water innemen. Verder tot aan de Noordkaap gaat het dan om zoo te zeggen vanzelf. Een goede loods is dan alles en voor vreemde onderzeeërs of mijnen behoeven we niet te vreezen, want tot voorbij de Noordkaap blijf ik dan in de Noorsche wateren. En verder is er ook al niet heel veel gevaar meer, behalve dan van de zee, want in de Noordelijke IJszee en Witte Zee zullen wel niet veel Duitsche oorlogsvaartuigen komen. Ja, als we eenmaal maar te Skudesnes den loods aan boord hebben.

De reeder knikte bevestigend en voegde er aan toe: „Maar.... alles moet zooveel mogelijk geheim blijven, want anders...." V;-1P^

De kapitein keek den reeder eens veelbeteekenend aan. ^iÉ^

Hij had den voorslag aangenomen, maar hij wist, dat er heel wat slechte kansen aan de reis verbonden waren, maar dit trok hem juist. Steeds had zijn geest

5 -

Sluiten