Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 17 —

hem het verlangen nog levendiger worden de reis mede te maken.

Maar zijn oom had hem zijn verzoek zoo nadrukkelijk geweigerd, dat er wel geen hoop op bestond! Het was niet prettig.

Terwijl Frits het schip had bezichtigd, had zijn oom op de brug de besprekingen met den stuurman en den machinist beëindigd. De machinist had al een tweeden machinist gevonden, die mede wilde; de stuurman had in het zeemanshuis al twee matrozen en twee stokers gevonden. De eenige, die nog ontbrak, was een kok.

Intusschen was de besteller van den kapitein aangekomen en bracht al wat kapitein Boersma in de stad had ingeslagen, aan boord. Even later kwam een man zakken erwten, aardappelen, koffie, thee, zeekaken, meel en andere, niet aan bederf onderhevige voedingsmiddelen aan boord dragen.

Alles moest een plaatsje hebben en met de hulp ook van Frits, was men daarmede spoedig bezig.

*De kapitein nam voor zich het kastje boven de kajuitstrap in beslag.

„Wanneer zou het varen worden, kapitein?" vroeg de stuurman.

„Over een dag of vier, vijf.'V. „En de proeftocht? wanneer houden we dien?" vroeg de machinist. *

„Ja, de proeftocht." De kapitein peinsde eens even. „Laat ons zeggen morgenochtend om elf uur, als tenminste de directeur der scheepswerf geen bezwaren heeft. Na afloop van den proeftocht gaan we, als ten minste de tocht slaagt en de reeder de boot overneemt van de werf, kolen laden."

DE SCHIPBREUK VAN DE HOLLAND. 2

Sluiten