Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 35 —

Frits, die werd aangenomen als kajuitsjongen en boven den kost kreeg tien gulden per maand en vrije reis vanaf Archangel tot Rotterdam.

„Volgens den monsterrol kun je een halve maand gage vooruit krijgen," merkte zijn oom lachend op en voor de aardigheid vroeg Frits er om. Zoo liep hij dan met twee rijksdaalders in zijn zak. voor het werk, dat hij als zeeman zou moeten doen. Frits kreeg hoe langer hoe meer plezier in het geval.

„Daar we vandaag nog moeten vertrekken, ga jij nu even terug naar den Haag om jouw en mijn koffer te halen. Aan boord mag je, omdat je mijn neef bent, in de kajuit slapen, maar een kooi is er op het heele' schip niet voor je. Daarom moet je je tevreden stellen met een der banken. Een matras heb je dus niet noodig, want op de banken zijn matrassen, maar wel een hoofdkussen en dekens. Breng die, omdat het te laat wordt om nog inkoopen .te doen, van huis mede, maar neem oude. En maak nu, dat je weg komt, want hoe eerder je terug bent, hoe beter."

En Frits vertrok met grooten haast, vol verwachting van wat de dag hem verder brengen zou.

Kapitein Boersma ging met de officieren van het schip, de stuurman en de beide machinisten, nog een oogenblik naar boord, waar de opzichter van de werf zich nog bevond.

In de kajuit werd nog het een en ander besproken over de aanstaande reis.

„Het is goed, dat we niet een week of drie later vertrekken, anders zouden we nog aardig last kunnen hebben van de koude en de vorst," zeide de eerste machinist. „Ik ken het hooge noorden; ik ben er meer geweest. In Archangel heb ik nog eens, dat is nu al

Sluiten