Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandacht en ieder der aanwezigen scheen alles te willen doen om het hun zoo aangenaam mogelijk te maken. Van alles werd hun gepresenteerd en Frits moest zelfs mededansen. Zoo zwierde hij dan rond met een meisje in de kleurige Noorsche boerinnedracht, met wie hij echter geen woord kon spreken, daar ze elkanders taal niet verstonden.

Enkele Noren, die Engelsch kenden, kwamen met de Nederlanders praten en tenslotte werd den gasten het Noorsche volkslied toegezongen, waarop de drie Nederlanders het „Wilhelmus" deden hooren.

Het was een prettig feest, maar toch was Frits blijde, toen hij weder in het hotel in zijn groot, lekker bed lag, want geheel was hij de doorgestane vermoeienissen nog niet te boven.

Den volgenden dag zou er gewerkt worden: het dek en de verblijven moesten eens een goede beurt hebben, de machinisten moesten ook de machine eens nakijken en tevens zou gezocht worden naar het lek, waardoor zooveel water was binnen gekomen. Ook zou er water en kolen ingenomen worden. Water was te Mandal te verkrijgen, maar voor kolen moest gestoomd worden naar de haven van Kleven, op een goed kwartier loopen afstand van de kade van Mandal.

In de fjord bij Kleven kwam de „Holland" ten anker. Frits hielp er trouw mede aan den schoctnmaak van het schip, waarvan men nu het uitzicht had op Kleven, dat kleurig afstak tegen den donkeren berg, waartegen het gebouwd was.

De machinisten hadden in tusschen gevonden, dat er nog twee klinknagels uit den scheepswand waren en dat de rest van het water in de machinekamer was gekomen, doordat de luiken der kolenbunkers

-69

Sluiten