Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 100 —

Rose tintten zich de hellingen en toppen, maar langzaam steeg het duister als een sluipende vijand uit de diepte op, totdat nog slechts de hoogste toppen gloeiden in den laatsten zonneschijn.

Toen ook dit hcht verdween, bleef er niets meer dan een aschgrauwe schemering, maar dan was er de maan, wier glans toenam in kracht en toen leken de bergen wel weer van zilver.

Ook de vorst was gekomen en 'een fijne tinteling was er in de lucht.

Kouder en reiner werd het om het kleine scheepje, maar ook eenzamer en verlatener.

En om de schoonheid van dit grootsche tooneel nog geweldiger te maken, straalde daar plotseling weder het Noorderhcht.

Op zulke avonden vond Frits het gezelhg in de kombuis of wel, vooral als meester Monté. de wacht had, in de machinekamer.

Hij had nog niemand aan boord iets verteld van wat hij van den matroos Gerrit en den stoker Jan gehoord had over Vincent Nadorst, toen zij ten noorden van Stattland voeren, en ook had hij nog geen gewag gemaakt van de in hem opgekomen verdenking.

Maar toch hield hij soms wel eens een oogje op dien Nadorst. Hij was nu meer op den man gaan letten en vond hem een hoogst onaangenaam persoon.

Reeds het uiterlijk van Nadorst, meende Frits, was al in staat achterdocht te wekken.

Was deze man de schuldige aan de pogingen om de reis te doen mislukken, dan zou hij die pogingen nog wel eens herhalen.

Hoewel, in de machinekamer had hij niet veel kans

Sluiten