Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— ii7 —

door een groot vuur verwarmde zaal betraden, was er nog niemand behalve de muzikanten.

„Daar schijnt geen mensch te zullen komen" zeide Frits in het Engelsch tot hun gids, maar deze antwoordde, dat het daar altijd zoo ging en dat de bezoekers later kwamen.

De beide Hollanders keken eens door de vensters naar de stad, die daar ver beneden hen lag, maar zich om het geheele concert niet scheen te bekommeren.

„Zie," zeide de gids, „nu gaan ze het publiek roepen."

Een paar mannen gingen naar buiten en lieten daar vuurpijlen op en daarna voerde een orkestje in de open lucht eenige nummers uit en in den stillen avond moet dat heel ver hebben geklonken.

Frits 'en zijn oom keken elkander bij deze zonder* linge manier om publiek te trekken, lachend aan, nieuwsgierig wat het gevolg zou wezen van die vuur-, pijlen en die orkestnummers.

Een twintig minuten later hoorden zij stemmen buiten en daar kwamen de bezoekers aanzetten en enkele minuten later was de groote zaal goed gevuld en begon het concert.

„Wat een eigenaardig land toch," dacht Frits weer.

Heel laat, ver over elven, was het concert afgeloopen, maar toen Frits en zijn oom weer beneden in de stad kwamen, was het nog druk en levendig op straat en in de thee- en koffiehuizen (herbergen en andere drankgelegenheden zijn er niet) zaten nog veel menschen.

Frits begreep er niets van, dat zoo laat in den avond in zoo'n klein stadje van nog geen achtduizend inwoners nog zooveel menschen op de been waren.

Sluiten