Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— i5i —

Was zijn ankerketting gebroken?

Had de bemanning zelf den ketting gekapt?

Het anker van de „Holland," dat misschien even geslipt had, hield echter weder, terwijl het zeilschip verder weg dreef.

„Hij drijft naar de kust," meenden sommigen op de „Holland," maar ze letten er niet lang op, daar ze genoeg met zich zei ven te doen hadden. Redding konden ze toch niet brengen, zij, die zich zelf als verloren moesten beschouwen. Machteloos waren ze zelf, hulpeloos in dien donkeren nacht, welks duisternis gevuld was met vijandige machten.

En toch, daar verderop, kilometers naar het zuiden was een vuurtoren, welks hcht nu en dan zichtbaar was en daar moesten menschen zijn, die er zaten in de warmte, veihg in den glans van een lamp, terwijl hier in de duisternis menschen den dood moesten vinden.

Toen zagen de mannen op de „Holland" eensklaps een vlam opschieten in den nacht: een fakkel, die brandde, een kreet om hulp van het vreemde zeilschip ginds; een laatste smeking van menschen, die sterven gingen, sterven, zooals die daar op de „Holland."

Het licht brandde enkele seconden; toen doofde het.

Frits stond ontzet. Er waren geen vuren meer te zien van den schoener. Er was niets dan de nacht, waarin de wind en de zee een hellefeest vierden.

En daar ginds stierven menschen, wier kreten, als kreten om genade, Frits gehoord had, enkele uren geleden.

Sluiten