Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 154 —

op, terwijl de machine met volle kracht draaide.

Telkens ook tuurde er een der opvarenden van het voorschip vooruit en soms meende er een land te zien en dan schreeuwde hij: „We zijn gered; we kunnen aan land komen," maar anderen verklaarden dan weer tot zinsbegoocheling wat de eerste had meenen te zien.

Frits ging naar het volkslogies om.het fornuis aan te maken en zich een weinig te warmen en te drogen.

Het scheen, dat het water afliep. De zeeën verminderden, al woedde de orkaan met onverzwakte kracht voort.

Toen Frits weer naar het voorschip ging, zag hij • het: er was land vooruit.

Was het een bij eb droog gevallen ondiepte? Was er aan land te komen of was er misschien drijfzand of waren er andere hinderpalen?

Dit alles diende men te weten. •

„Een van allen moet- trachten met een lijn aan wal te komen om te zien wat er is. Als niemand vrijwillig wil gaan, moet er geloot worden. Eerst echter zullen we de zaak nog een oogenbhk aanzien. Blijft het schip hggen zooals het nu ligt, dan kunnen we den dag afwachten, "zeide de kapitein, die Frits even later order gaf op de brug te gaan, het roer vast te grijpen en het schip met den kop op den wal te houden.

Op de brug stond Frits nu alleen, hij hoorde en zag niemand en het was hem of hij geheel verlaten was in dien storm en die verre zee bij de onbekende kust van het vreemde land. Een beklemming kwam over hem; een neiging om weg te loopen naar de anderen om niet meer zoo aUeen te zijn temidden van de verschrikking, maar hij verzette zich tegen dat gevoel, want

Sluiten