Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 223 —

telegram van den reeder uit Rotterdam met de vraag of de „Holland" nog afgebracht kon worden en Frits seinde terug, dat zijn oom er op uit was om dit te onderzoeken. In den morgen van den vierden dag hoorde Frits, van den consul, dat volgens bericht van Kaap Intsy het schip vlot was en naar Archangel werd gesleept, wat Frits dadelijk naar Rotterdam telegrafeerde.

Overdag ging Frits eens een praatje maken met den consul of met den Nederlander, met wien hij in de omstreken van Archangel had rondgetoerd, of met de Belgische soldaten, als hij die ontmoette, 's Avonds ging hij naar een der bioscopen in de stad, die alle zeer mooi ingericht waren, maar toch, de tijd duurde hem lang. Hij verlangde naar het oogenblik, dat zijn oom terug zou komen en naar de reis naar het vaderland.

Waarschijnlijk, had zijn oom hem gezegd, zou de terugreis per spoor plaats hebben over Petrograd, door Finland en Zweden om dan te Stockholm of te Christiania een boot te zoeken, die hen naar Nederland mede zou nemen.

Een ellende was het, dat hij geen Russisch kende. Nu en dan zag hij groepen menschen staan voor bulletins, die natuurlijk op den oorlog betrekking hadden, maar hij kon er geen letter uit wijs worden. Hij zag iets van de groote drukte, die een oorlog medebrengt, hij zag geschut en troepen, hij zag nu en dan pas aangekomen hcht gewonden en krijgsgevangenen, maar van het verloop van den strijd wist hij nu nog veel minder dan toen hij in Nederland was.

Den avond van den vijfden dag, toen Frits in zijn

Sluiten