Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

vuurroer over den schouder, een koppel pistolen in den gordel en een zwaard aan de linkerzijde. Niet zonder bewondering staarde Marten de stoere krijgslieden aan, want zijn liefste wensch was, ook eenmaal de wapens te handteeren in den dienst van den Prins van Oranje, en hem te helpen de gehate Spanjaarden tot den laatsten man toe uit het land te verjagen. Maar Floris Geurtsz deelde die bewondering van zijn zoon niet. Hij kende de bandeloosheid der Watergeuzen te goed, om niet te •vreezen, dat dit bezoek hem niet veel vreugde brengen zou, ook al waren zij door Diederik van Sonoy aangewezen, om de landzaten tegen de Spanjaarden te beschermen.

„Goeden dag, huisman, — dag jongen!" klonk hun groet. En kortaf was het antwoord:

„Goeden dag, heeren. Wat voert u hierheen?"

„De dorst, vrind, anders niet dan de dorst," was het antwoord van Hopman Wybe Sjoerds. „Wij hebben een lange wandeling achter den rug, en de zon brandt ons zoo fel op de huid, dat wij graag even rusten willen en Je bier eens proeven."

„Een kan bier is U van harte gegund, heeren," was het antwoord. „Komt binnen, — ik zal u voorgaan."

Dit laatste was echter niet meer noodig, want de Hopman liep zonder complimenten naar de deur, wierp die open en trad, door zijn vaandrig gevolgd,

Sluiten