Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

bloot gestaan," sprak vrouw Fijtje. „Ik had me geen raad geweten, als ze die bedreiging hadden uitgevoerd. Gode zij dank, dat zij in hun opzet verhinderd zijn door Kees. Hij krijgt een lekkere kluif van me, als blijk van mijn groote dankbaarheid."

„Hé ja, moeder, dat moet u doen," riep Anna uit. „Kom hier, Kees, laat ik je eens streelen!"

Marten keek zijn vader een oogenblik peinzend aan. Eindelijk sprak hij verheugd:

„O, nu vat ik het! Dus ddarom was u zoo toegevend voor die twee schurken. Ik kon me al niet begrijpen, hoe u er toe komen kon, om hun zoo in alles hun zin te geven en al de onbeschoftheden te verdragen, die zij ons geliefden aan te doen. Dat is anders uw aard niet."

„Ja, m'n jongen, ik zat in een moeilijk geval, en geloofde niet beter te kunnen doen dan te huilen met de wolven, waarmede ik in het bosch was. Ik had natuurlijk veel liever, dat zij deze twee hanen opaten, dan dat ze met mijn vier guldens naar huis gingen, of dat zij mij in staat van beschuldiging stelden en naar Jonkheer Sonoy opzonden. Er behoeft tegenwoordig niet veel te gebeuren om aan de galg te komen. Een beschuldiging van Hopman Wybe Sjoerds weegt zwaar, want hij staat om zijn dapperheid hoog bij den gouverneur aangeschreven."

„Maar voor onzen Kees ging hij toch op de vlucht!" lachte Marten. En hij keek den hond, die

Sluiten