Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

hooioogst voor dit jaar afgeloopen. 'tHooi zag er prachtig uit en was al bijna geheel droog. 'tWas den geheelen dag dan ook heerlijk weer geweest, en de zon had fel geschenen. Eer deze nog geheel ondergegaan was, stond het reeds op groote hoopen zoodat den volgenden morgen de laatste voeren konden worden geborgen.

Welvoldaan en tevreden keerden Floris en Marten 's avonds huiswaarts. Zij hadden hard gewerkt om klaar te komen, maar zij waren sterk en konden wel tegen wat zwaren arbeid.

Zoodra zij thuis gekomen waren, begaf Marten zich naar het achterhuis, om de hanen schoon te maken, wat hem vlug afging, want Marten was een handige jongen, die niet van talmen hield en de dingen altoos flink aanpakte. Daarna ging hij het hek sluiten, wat zij in dien bangen tijd voor een vaste gewoonte hadden. Als altoos 's nachts bleef Kees vrij op het erf rondloopen, en een betere bewaker zou moeilijk te vinden geweest zijn. Wee dengene, die het wagen durfde het erf te betreden. Kees was in staat hem te verscheuren.

Toen allen binnen waren, sloot de vader de deuren en schoof er de grendels voor. Daarna deed hij zorgvuldig de ronde, om te zien, of alles goed afgesloten was.

Moeder Fijtje maakte het avondmaal gereed, en toen dat genuttigd was, stonden Anna en Marten

Sluiten