Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126

hun heil in een overhaaste vlucht. Anderen deden de grendels op de deuren en wapenden zich met vuurroeren en verrejagers, om den vijand een ver van vriendelijke ontvangst te bereiden. Weer anderen laadden hun voornaamste huisraad in schuiten, en brachten het met hun vrouwen en kinderen naar eene naburige plaats, terwijl zij zeiven zich in vaartuigen vereenigden, om zich tusschen de rietlanden in den omtrek te verbergen en den vijand zooveel mogelijk afbreuk te doen.

Tot deze laatsten behoorde ook 't Oude Hoen. Toen zijn huisraad in een schuit geladen was, deed hij ook zijn vrouw daarin plaatsnemen, en beval Marten en Aelbert haar naar Knollendam te brengen. Daar woonde hare zuster, bij wie zü voorloopig wel veilig zou zün, omdat te Knollendam een vendel Hollanders lag. De Spanjaarden zouden hun strooptocht wel niet tot die plaats uitstrekken, en mochten zij dat doen, daar wel geen gunstig onthaal vinden.

Vrouw Geerte schreide, toen zü afecheid van haar man nam, doch deze troostte haar.

„'t Is maar een scheiding voor korten tijd, beste Geerte," sprak hij. „Zoodra het huis weer veilig is* betrekken wü onze woning weder. Vaarwel, God bescherme u!"

Aelbert en Marten staken van wal. Tijd tot talmen hadden zü niet, want de vijand naderde snel.

Sluiten