Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

132

viel, klonk het bevel, naar Saardam terug te keeren, wat geschiedde met slaande trom en vliegende vaandels. Maar bij zijn vertrek bracht Hopman Van der Linden aan de welvaart van Westzaan den genadeslag toe. Hij beval namelijk, al het vee uit de landen te drijven en het naar Saardam te voeren.

Wie beschrijft de woede, den haat, die den armen boeren bezielde, toen zü zich hun kostelük vee zagen ontroovenl Hoe moesten zij thans aan boter, melk en kaas komen, van welke producten zij immers moesten leven! Wel vier honderd en tien koeien werden hun op dien noodlottigen dag ontstolen, die een waarde vertegenwoordigden van ruim acht duizend gulden, want een koe kostte in dien tüd ongeveer twintig gulden. Met tranen van spijt moesten zü het aanzien, hoe de vijanden met hun woede spotten.

Thans hadden zü alle middelen van bestaan verloren, en schoot hun niet anders over dan te leven van den buit, dien zij met de wapenen in de hand op den vüand moesten veroveren. Ja, — voortaan zou het ook bij hen zyn „oog om oog en tand om tand!" De yzeren noodzakehjkheid dwong hun er toe.

Nauwelijks was de woeste bende vertrokken, of 't Oude Hoen en de andere Vrijbuiters keerden op hun hoeven terug, die duideiyk de kenmerken droegen, dat zy door ruwe gasten bewoond waren geweest. De geleden schade werd zooveel mogelijk

Sluiten