Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

133

hersteld, de vrouwen en kinderen kwamen van lieverlede terug, ook Vrouw Geerte, en voorloopig keerde in Westzaan de oude rust weder. Maar de ongelukkige bewoners waren thans voor het meerendeel in armoede gedompeld, en wie zijn geld op een geheime plaats had weten te verstoppen, zoodat het aan het scherpziend oog van den vijand was ontsnapt, waagde het niet, ander vee aan te schaffen. Wie toch gaf hun de zekerheid, dat de Spanjaarden niet morgen of overmorgen een nieuwen inval zouden doen?

't Was al laat in den avond van een der volgende dagen, toen drie personen de hoeve van 't Oude Hoen verlieten. De vuurroeren hingen hun over den schouder, maar in plaats van den verrejager droegen zij thans elk een spade. In de 'drie personen herkennen wij 't Oude Hoen, Aelbert en Marten. Zij liepen den weg dwars over en stapten in het schuitje van Marten, waarin de riemen reeds gereed lagen, evenals de verrejagers, die de Vrijbuiters niet gaarne misten.

Zij staken van wal, 't Oude Hoen gezeten op het roerbankje, de beide knapen aan de riemen, en weldra plasten deze in het water. Met krachtige slagen roeiden zü in de richting van den Overtoom. Daar aangekomen brachten zy de boot over den dijk het IJ in, roeiden Oostwaarts en bereikten den mond der Zaan en daarmede de plaats, waar een-

Sluiten