Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

175

vooruit! — Die ellendige modder, — de beesten kunnen er de pooten haast niet uit optrekken. — Toe, allons, — vooruit!"

De sporen drongen het dier diep in de zijden . ..

„Die kaerels daar schijnen werkelijk te willen vechten!" zei de Overste. „Zijn ze gek geworden? Ze zien er uit, of het hun waarlijk ernst is."

Dat was het den Vrijbuiters inderdaad, zooals spoedig bleek. Want negen schoten knalden over den eenzamen dijkweg, en verscheidene ruiters stortten van hun steigerende paarden. Dat gaf een onbeschrijfelijke verwarring, en de welaangelegde schoten veroorzaakten een groote woede onder de ruiters, die thans plotseling begrepen, dat hun toestand gevaarlijker was, dan zij eerst wel hadden vermoed. Ha, hoe verwenschten zij thans den modderigen weg, waar de paarden haast aan vastkleefden, en die hun ten eenenmale belette, met gevelde lans op de vijanden los te rennen en hen als met een tooverslag uit elkander te werpen. Die kleverige kleiweg hield de rossen als het ware bij de pooten vast en doemde de ruiters tot machteloosheid.

Snel hebben de Vrijbuiters hun vuurroeren geladen, en opnieuw vallen negen schoten. Het aantal dooden wordt verdubbeld, en de verwarring bereikt haar toppunt. Woede en angst gloeit den ruiters uit de oogen.

„Voorwaarts! Voorwaarts!" klinkt het bevel van

Sluiten