Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

183

„Vrees niet, vrouw," sprak hjj, zonder zich beleedigd te tuenen, „ook een Spanjaard kan een man van eer zijn, trouw aan zijn gegeven woord..."

„Dat hebben wij aan Zutfen gezien, en aan Naarden..." viel vrouw Geerte scherp in. „Ik vertrouw dat fluiten van den vogelaar niet."

De vreemdeling haalde licht de schouders op, en hernam: „Ook ik ben Hopman in Spaanschen dienst, vrouw, en ik verpand u mijn eer, dat hier geen verraad in het spel is. De groote, stoutmoedige daden van uw man hebben mij en mijn vrienden doen wenschen, hem te zienv en te spreken, — ziedaar alles. Ik herhaal, dat wij hem vrijgeleide aanbieden, en dat zelfs het geringste gevaar hem niet bedreigt."

„Als vader gaat, zou ik wel meê willen," viel Aelbert in.

„En ik ook!" riep Marten uit. „Ik zou graag het vijandelijke kamp willen zien, en de verwoesting van de muren."

„Ik heb in het geheel geen bezwaar ook u beiden onder het vrijgeleide te begrijpen," sprak de Hopman, „'t Zal wellicht voor 't Hoen ook aangenamer zijn den tocht in uw gezelschap te ondernemen. Ik herhaal met nadruk en onder verpanding van mijn krijgsmanseer, dat u geen leed zal geschieden. Integendeel, men zal uw bezoek op hoogen prüs

Sluiten