Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

216

zoodanig overhellen, dat het water over het boord stroomde.

„Laat vieren 't zeil!" riep Aelbert Anna toe, en deze bracht het bevel met groote handigheid ten uitvoer. Dat was hun geluk. Anna hoosde het water uit de boot, tot groot genoegen van Kees, die bijna geheel ondergedompeld geweest was. Hij schudde zich brommend het water uit de haren en legde zich weer op den bodem neder. Maar hij voelde zich daar toch niet zoo rustig meer als eerst, vooral niet, als de boot weer sterk overhelde. Dan stond hü soms al uit eigen beweging op.

Na eenigen tijd klonk opnieuw de waarschuwende stem van Marten.

„Thans dubbel voorzichtig," sprak hij zacht. „Wü naderen de Rusteuburgerschans." •

De drie jonge vluchtelingen hadden werkelyk nu het gevaarlükste punt van de reis bereikt, en verkeerden dientengevolge in groote spanning. Anna voelde, dat haar hart onstuimig klopte in haar horst, en dat hare handen beefden. Maar zij verloor hare tegenwoordigheid van geest niet, en was vast besloten, zich te verdedigen tot het uiterste. Liever vond zü den dood in de golven, dan in de handen der Spanjaarden te vallen.

Marten kon op een korten afstand de schans zien, die zich als eene nog donkerder massa in de duisternis afteekende. Gelukkig bleef de wind even

Sluiten