Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11

werden nog 't ongeduldigst van allen. Ze riepen naar boven, dat ze hun schoenen terug wilden hebben; ze lieten zich niet voor den gek houden, hoor! Wat dacht Tyl wel? — Hun schoenen moesten ze weer hebben!

Toen ging Tyl rustig op 't koord zitten, sneed lachend het touw stuk, dat alle schoenen bijeenhield, en mikte toen de schoenen, één voor één, naar beneden, terwijl hij er zorg voor droeg, dat ze niet in 't water terecht kwamen.

De jongens schoten er op af, grepen er naar, buitelden over elkaar heen en begonnen om hun schoenen te kibbelen.

„Dat 's de mijne!" — „Metwaar, die is van mjj!" — „Geef hier mgn schoen!" zoo klonk 't onophoudelijk. Zij grabbelden, elkaar stompend en duwend, naar hun schoenen, gingen aan 't plukharen en 't duurde zoodoende niet lang, of de heele troep rollebolde vechtend over den grond.

Tyl Uilenspiegel, die al dit tumult veroorzaakt had, begaf zich ongemerkt naar huis en lachte in zijn vuistje. Zoo'n bengel!

m.

Hoe Tyl Uilenspiegel ln een bijenkorf kroop en door dieven gestolen werd.

Op zekeren dag ging Tyl naar een naburig dorp,

Sluiten